De paus en de dichter over grenzen in Europa

Met zijn korte bezoek aan de op het Griekse eiland Lesbos geblokkeerde vluchtelingen heeft paus Franciscus een niet mis te verstane boodschap bij de Europese politieke leiders willen deponeren. Al eerder heeft hij tegen ‘het bouwen van muren’ geageerd, maar tegen het groeiende nationalisme is zo te zien geen kruid gewassen. Hoe hoger de nood hoe meer men zich terug trekt op eigen erf.

Ik moest denken aan wat er in 1938 gebeurde na wat de geschiedenis is ingegaan als de Kristallnacht: de ‘progrom’ in Duitsland in de nacht van 9 november. De dagen erna steeg de behoefte bij vele Duitse Joden de grens te overschrijden om in Nederland een veilig onderkomen te zoeken of eventueel door te reizen. Het antwoord van de Nederlandse regering liet niet op zich wachten. Solidariteit? Vergeet het maar. Men sloot de grenzen. Onder sterke druk vanuit de bevolking kwam er weer wat rek in het beleid van toelating.

Enkele jaren voor zijn dood op 8 maart 1937 schreef de dichter Albert Verwey het gedicht “Tot de sluiters van grenzen”. Hij was van de politieke situatie in Duitsland goed op de hoogte. Dit is de eerste strofe:

Omdat gij andre talen spreekt
En muren om uw staten bouwt
En op uw sterk geweld betrouwt,
Waan daarom niet
Dat ge mijn orde breekt:
Want de aarde is mijne en tot het verst verschiet
Draag ik mijn woorden
Van Zuid naar Noorden,
Van Oost naar Westen
Vrij als de wind:
Talen noch vesten
Kunnen mij tarten
Die alle harten
Doordring en bind. […]

Het volledige gedicht kunt u hier bekijken, ik citeer de negende strofe van acht verzen die het gedicht besluiten.

Open uw grenzen.
Doe al uw dwaasheid weg.
Voeg u als bescheiden mensen
In het gemeenzaam overleg.
Wij zullen de aarde bouwen
Met u, met allen.
Laat dan uw bijlen in de stammen houwen
Van haat en bijgeloof, zodat zij vallen.

Na bijna tachtig jaar zijn het woorden om opnieuw te lezen en te overdenken. De opgejaagden zijn anderen, zij komen uit landen met andere tradities en culturen, maar de haat en het bijgeloof lijken in het tolerant geheten Europa onverminderd krachtig de ‘sluiters van grenzen’ wind in de zeilen te blazen.

 

Advertenties
Geplaatst in Rome | Een reactie plaatsen

Fulvio Manara 1958 – 2016

Goede Vrijdag, Pasen 2016.

Het bericht dat Fulvio Manara op vrijdag 25 maart in de avonduren aan een hartaandoening was overleden, kwam echt onverwacht. Hij was thuis aan het werk in zijn studio. Werk wil zeggen lezen en schrijven.

Fulvio C.P. Manara (geb. 29 juni 1958) doceerde Sociale pedagogie aan de Universiteit van Bergamo. Fulvio’s primaire belangstelling en liefde gingen uit naar het onderzoek, naar de bestudering van de teksten die hij voor de samenleving van belang achtte. De denkers en schrijvers  die bovenaan zijn ‘werklijstje’ stonden, waren Mahatma Ghandi, Ramon Panikkar en Etty Hillesum. Bij de keuze van de auteurs die aan zijn leven en onderzoeksactiviteiten richting gaven, waren de thema’s van de geweldloosheid en de mensenrechten doorslaggevend. Daarin paste zijn visie op het dagboek van Etty Hillesum als ‘Libro di formazione’, naar zijn opvatting een tekst die vormende en educatieve kwaliteiten in zich bergt.

Onze eerste ontmoeting dateert uit 2004. Hij vroeg mij naar Bergamo te komen om iets rond Etty Hillesum op touw te zetten. Sindsdien hebben wij een grote hoeveelheid initiatieven op dit gebied gerealiseerd waar velen in binnen en buitenland bij werden betrokken, niet in de laatste plaats dankzij Fulvio’s uitgebreide (inter)nationale netwerk – waartoe ook verschillende aan het EHOC verbonden Hillesumonderzoekers – en ondanks de 600 kilometer die ons scheidden.

Deze afstand is sinds vorige week vrijdag onoverbrugbaar geworden. Zijn opgewekte getuigenis van sympathie en vriendelijkheid, uitgedrukt in zijn heldere ‘Ciaaoo Gerrit’ bij het opnemen van de telefoon, was heerlijk om te horen.

Op Tweede Paasdag is Fulvio begraven, in de namiddag in Albino, bijna 14 kilometer ten noord-oosten van Bergamo, waar hij met zijn vrouw Alida en drie kinderen Elia, Lucia en Jacopo woonde.

Velen van ons zullen met weemoed terugdenken aan zijn vriendelijke gezicht waarop zijn zachte glimlach je welkom heette.

Dag Fulvio.

Fulvio in chiesaOp deze foto loopt Fulvio in de aula magna van de Universiteit van Bergamo. Het Departement Menswetenschappen waar hij werkte is gevestigd in het het voormalige klooster Sant’Agostino waar de recent gerestaureerde ontwijde kerk onderdeel van is.

Door te klikken op de foto kunt u de details bekijken. De foto werd gemaakt door Maughn Gregory (Montclair State University), die op uitnodiging van Fulvio in oktober 2015 als visiting professor in Bergamo les gaf.

Geplaatst in Afscheid | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een fotoboek van Letizia Battaglia: Passie Recht en Vrijheid

Recht en Vrijheid – Giustizia e Libertà – zijn de twee woorden die de Siciliaanse fotografe Letizia Battaglia (geboren in 1935) tot het Leitmotif van haar leven heeft gemaakt en verwijzen naar waarden die door velen als universeel worden opgevat. Het woord Passie in de titel refereert naar de persoon van de fotografe, naar de wijze waarop zij in het leven stond en haar idealen op individueel en maatschappelijk gebied enthousiast en energiek heeft getracht te verwezelijken. Aanvankelijk stelde zij haar creatieve talent in dienst van de strijd tegen de georganiseerde misdaad (maffia), vanaf het einde van de jaren tachtig aanvaardde zij een politieke functie en begon zich concreet in te zetten voor een op verandering en verbetering gericht beleid voor haar geboortestad Palermo.

De titel van dit stukje verwijst naar de monografie die werd samengesteld door de redactie van de Amerikaanse uitgeverij Aperture en in 1999 gepubliceerd: Letizia Battaglia: Passion Justice Freedom. Photographs of Sicily. De afbeeldingen in het boek zijn geselecteerd uit de kernperiode van haar carrière: de jaren tachtig en negentig. In haar inleidende essay “Battaglia in Black and White” verschaft Melissa Harris de belangrijkste feiten van het leven en de carrière van de fotografe en in een aantal welgekozen citaten laat zij de kunstenaar aan het woord.

Het eerste deel gunt ons een blik op de bewoners van Palermo, op hun leven vastgelegd in momenten van geluk en liefde, van feestelijk bijeenzijn, van religieuze devotie en begrafenisrituelen. Uit de keuze wat wel en wat niet te fotograferen blijkt de politiek-maatschappelijke visie van de fotografe. Voor haar lens verschijnen de personen wier leven zich aan de onderkant van de samenleving afspeelt en voor wie zij zich later politiek zou inzetten.

Het tweede deel van het boek begint met een essay van Alexander Stille: “Twenty Years of Mafia: A Visual Chronicle” (pp. 82-91). Op pagina 83 wordt de kijker geconfronteerd met de beroemde foto uit 1982 van een jongen met een pistool en een nylonkous over het

De jongen met het speelgoedpistool

De jongen met het speelgoedpistool

gezicht. Het mag dan een speelgoedpistool zijn geweest, de dramatische foto’s die volgen verdringen dit detail uit de gedachten van de kijker. De journalist en historicus Stille geeft in zijn opstel een gedetailleerd en nauwkeurig overzicht van de bloedige periode van moord en terreur in de straten van Palermo – Battaglia gebruikt de term ‘burgeroorlog’ –, die culmineert in de moord in 1992 op Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. Achteraf gezien betekende dit jaar een keerpunt, want de gebeurtenissen brachten een bewustwordingsproces op gang dat tot op de dag van vandaag doorwerkt.

De foto op pagina 87 van de moord op de politicus Piersanti Mattarella op 6 januari 1980 verbindt het verleden met het heden. Mattarella was toen de President van de regio Sicilië en bevorderde een anticorruptie en antimaffia politiek. Hij was een politicus van christendemocratische huize en progressief georienteerd, wat ook geldt voor zijn zes jaar later (1941) geboren broer Sergio Mattarella, die na de moordaanslag besloot in de politiek te gaan. Sergio Mattarella werd op 31 januari 2014 tot President van de Republiek gekozen. “Met de dood van [Piersanti] Mattarella dachten we het dieptepunt te hebben bereikt, maar het was slechts het begin”, aldus Battaglia. Mattarella was een van de vele honderden slachtoffers – maffiosi en politici – die nog zouden vallen onder de salvo’s van de door maffiabazen betaalde killers.

De omslagfoto. Op de omslag van het boek heeft de Aperture-redactie een foto van Rosaria Schifani afgedrukt, toen 22 jaar oud. Zij werd op 23 mei 1992 weduwe want ze was getrouwd met de agent Vito Schifani die werd vermoord door de Maffia bij de aanslag van die dag op rechter Giovanni Falcone. Vijf mensen vonden de dood: Falcone, zijn vrouw en de drie agenten die hen moesten beschermen. Tijdens de kerkdienst richtte de jonge weduwe deze legendarische woorden tot de aanwezigen waaronder naar haar overtuiging ook leden van de maffia : “… ik vergeef jullie, maar alleen als ook jullie bereid zijn te knielen, als je de moed toont te willen veranderen.” Zij voegt daar echter aan toe: “Maar zij veranderen niet, ze willen niet veranderen.”

lbRosariaTwintig jaar later, in 2012, komt zij opnieuw aan het woord. Haar overtuiging dat er niets is veranderd is sterker geworden: “Meer dan ooit ben ik er zeker van, dat er nooit iets  zal veranderen: het zit in het hoofd van de Sicilianen, van de Italianen, zij blijven altijd hetzelfde. Zeker, het gaat er mij niet om Sicilië aan het kruis te nagelen, want heel het land is medeplichtig.” De gebeurtenissen in het Italië van vandaag lijken haar gelijk te geven. Slechts één voorbeeld: in Rome is dit jaar ‘Mafia Capitale’ – Maffia Hoofdstad – tot uitbarsting gekomen: tot diep in de gelederen van de politiek en de bureaucratie blijkt de corruptie te zijn doorgedrongen.

Aan Letizia Battaglia werden buiten Italië diverse belangrijke fotografie-awards toegekend. Zij  hield op 21 april 2015 een lectio magistralis in het museum MAXXI in Rome. Zie Youtube.

Wie geïnteresseerd is in deze monografie vindt hier de bestelinformatie of kan desgewenst met mij contact opnemen.

Noot. De termen ‘Giustizia’ en ‘Libertà’ hebben ook een precieze historische achtergrond. Ze verwijzen naar de antifascistische verzetsbeweging die in 1929 te Parijs werd opgericht door Italiaanse bannelingen. Onder de vele duizenden verzetstrijders waren ook mannen en vrouwen die na de oorlog het land mede politiek vorm gaven. Zonder te willen vervallen in vage historische paralellen lijkt een mate van inspiratie niettemin denkbaar.

 

Geplaatst in Fotografie | Tags: , | Een reactie plaatsen

17463 vind-ik-leuks: de Italiaanse Etty Hillesum Facebook pagina

Op 21 november 2012 werd in Rome de Facebook pagina Un nuovo senso delle cose in het leven geroepen. Het initiatief werd genomen naar aanleiding van het verschijnen op die dag van de integrale editie van Hillesums dagboek in het Italiaans. Het doel van deze pagina is ‘Gedachten van Etty Hillesum’ via Facebook wereldkundig te maken. Deze titel is de vertaling van de woorden ‘… een nieuwe zin …’ uit Etty Hillesums brief van december 1942. De toevoeging in het Italiaans van de bepaling ‘delle cose’ – ‘van de dingen’ komt voor de rekening van de vertaalster Chiara Passanti. Het gaat mij hier echter niet om de vertaling, hoe interessant deze kwestie ook is, maar om de twee andere zaken: 1. Het fenomeen van de ‘like’ button, en 2. de popolariteit van deze facebook pagina.

Bij 1. Een tijdje geleden las ik in een post op het weblog Milfje een alinea over de ‘Like’ button en de Nederlandse vertaling ‘Vind-ik-leuk’. In het Italiaans heeft deze button de naam ‘Mi piace’ gekregen. Door het aanklikken ervan geef je aan dat je de inhoud van het bericht leuk vindt of dat je het bericht met plezier hebt gelezen of bekeken. Deze vorm van feedback wordt door auteurs van tekst- en beeldmateriaal op het web van groot belang gevonden. Natuurlijk is deze eigentijdse aanklikpartecipatie wat magertjes, maar niet iedereen heeft zin en tijd om een doorwrochte reactie te schrijven. Zo gezien is de Like button een prachtige uitvinding en past volledig in de context van de digitale media: je laat weten dat je iets leuk vindt zonder dat je daarvoor argumenten hoeft te geven. In het echte leven kom je er niet altijd zo gemakkelijk van af. Als je met zijn tweeën voor een schilderij van laat ik zeggen BarnOnement VIet Newman staat en je zegt tegen je gezelschap : ‘Dit vind ik een schitterend’, dan loop je het risico dat je te horen krijgt: ‘Vind je dat nou écht leuk?’ En als je de vriendschap niet wilt laten bekoelen, zul je toch minstens één reden moeten geven. Je kunt je er natuulijk ook van afmaken met een ‘Nou gewoon, vind-ik-leuk.’

Bij 2. Vergeleken met de EHOC Facebookpagina kan de Romeinse bogen op een verrassend grote populariteit. Vandaag 29 november 2015 is de stand 1.224 tegen 17.463 reacties, ofwel 1:14,4 terwijl de verhouding inwoners van beide landen ongeveer 1:3,7 is, ofwel 16 tegen 60 miljoen inwoners.

Ik kan voor dit grote verschil niet zo snel een verklaring bedenken. Dat ligt niet aan het feit dat ik geen Facebook gebruiker ben. We moeten het misschien zoeken in de twee onmiskenbaar andere benaderingen: de EHOC-pagina is vooral gericht op het brengen van nieuws, terwijl de Italiaanse zijn gebruikers bijna elke dag een nieuwe afbeelding en een ander citaat uit de nagelaten geschriften van Etty Hillesum aanbiedt. Het lijkt me, dat deze combinatie van een afbeelding gekoppeld aan een korte tekst een succesformule is.

Je kunt er ook op een andere manier tegenaan kijken. Terwijl de informatie die door de EHOC-pagina wordt gepresenteerd direct is verbonden met de activiteiten van het onderzoekscentrum, presenteert de Romeinse facebook-pagina de citaten zonder context en staan de afbeeldingen daar gewoonlijk los van. Je krijgt dan – zoals een vriendin dat uitdrukte – een ‘wijsheid van de dag’ opzet die los komt te staan van Etty Hillesum, maar juist daarom door velen wordt ‘geliked’. En met dit leenwoord uit het Engels ben ik weer terug bij de taalwebsite Milfje.

 

 

Geplaatst in Italiaanse Hillesum Kroniek | Tags: , | Een reactie plaatsen

Kenden Titus Brandsma en Louis Hillesum elkaar?

Op zondag 3 november 1985 werd Titus Brandsma in Rome verheven tot de eer der altaren. De drie dagen durende plechtigheden werden door een paar duizend Nederlanders bijgewoond, waaronder zevenendertig familieleden Brandsma. De Sint Pieter was volgestroomd met duizenden bewonderaars van Titus uit verschillende landen. Onder hen de delegaties van alle karmelprovincies. Men schat dat ongeveer 12.000 mensen aanwezig waren.

Bij het ‘grote’ publiek in Italië is Brandsma vooral bekend geworden als slachtoffer – en derhalve past de term martelaar – van de nationaalsocialisten vanwege zijn verzet tegen de door hen beoogte nazificatie van de katholieke pers. Hij werd door de nazi’s gearresteerd op 19 januari 1942 en op zondag 26 juli van datzelfde jaar werd in Dachau een einde aan zijn leven gemaakt. Voor meer informatie over het lot van Brandsma verwijs ik naar de vrij omvangrijke literatuur. Waardevol en leesbaar vond ik de grote biografie van Ton Crijnen: Titus Brandsma. De man achter de mythe. (Valkhof Pers, 2008). Toen ik las dat Titus Brandsma in het najaar van 1940 in Deventer was geweest, vroeg ik mij af of hij en Louis Hillesum elkaar daar ontmoet zouden kunnen hebben. Etty Hillesum verbleef voor zover we weten in die periode in Amsterdam.

Dit alles lijkt op het eerste gezicht wat ongerijmd, wat kon immers verder uit elkaar liggen dan de twee werelden en culturen waarin deze drie personen toen leefden. Welnu, ook al hebben we behalve een foto geen directe of indirecte bronnen waarop mijn veronderstellingen kunnen worden gebaseerd, het behoort tot de mogelijkheden dat Brandsma in huize Hillesum te Deventer onderwerp van gesprek is geweest. Hieronder drie punten waaruit blijkt dat enig ‘contact’ niet ondenkbaar is:

A. Hein Blommestijn, medewerker van het Titus Brandsma Instituut, vertelt in zijn ‘Inleiding’ op Constant Dölle’s De weg van Titus Brandsma. Biografie van een martelaar 1881-1942, (Uitgeverij Ten Have, 2000) over een bezoek van Brandsma als gecommitteerde aan de stad Winschoten in 1923. Hij brengt bij die gelegenheid graag een

Titus Brandsma in 1934.

Titus Brandsma in 1934.

bezoek aan de Friese familie Dölle. Naast hen in de Oranjestraat woont de familie Hillesum. Blommestijn schrijft verder: “Etty Hillesum … is nu negen jaar. De kinderen spelen op straat … Het is waarschijnlijk dat Titus Brandsma en Etty Hillesum, zonder het te weten, elkaar gezien hebben.” (p. 7) Het negenjarige joodse meisje had ongetwijfeld opgekeken naar de voorbijruisende monnik, die in een donker kleed was gehuld en een “mooie, zwarte hoed” droeg. In juli van datzelfde jaar was de karmeliet aan de kersverse Katholieke Universiteit van Nijmegen tot hoogleraar filosofie benoemd. Biograaf Dölle legt een verband (p. 45-46) tussen de volgende drie zaken: a. Brandsma’s beeld van God als ‘de diepste grond in mij’, b. het volgende gedicht van Teresa van Avila:

En mocht je misschien niet weten
waar je Mij zult vinden,
dwaal dan niet heen en weer,
maar, als je Mij wilt vinden
moet je Mij eerst zoeken in jezelf.

Want je zult mijn rustplaats zijn
Je zult mijn huis en verblijf zijn
En daarom zal ik altijd bij je aankloppen
Wanneer ik mocht denken
Dat de deur gesloten is.

en c. hetzelfde thema bij Etty Hillesum: ‘… dat allerdiepste en allerrijkste in mij, waarin ik rust, dat noem ik “God”’. (Het Werk, 549.)

Louis Hillesum is links op de foto zichtbaar.

Louis Hillesum is links op de foto zichtbaar.

B. De vader van Etty Hillesum, de rector van het Stedelijk Gymnasium van Deventer, was op 16 oktober 1940 aanwezig bij de herdenking van 600 jaar Geert Groote, die in 1340 in de IJsselstad werd geboren. In de Haagse Courant van 17 oktober 1940 is een foto afgedrukt waarop hij tezamen met andere autoriteiten staat afgebeeld in de raadszaal van de gemeente Deventer. Of hij daarna de herdenkingsbijeenkomst in de Grote Kerk heeft bezocht, eventueel vergezeld door zijn vrouw Riva, weten we niet. Titus Brandsma hield ter gelegenheid een voordracht.

C. Brandsma publiceerde in de periode april 1938 – september 1941 wekelijks een artikel over de Nederlandse mystieke traditie in de rubriek “Van Ons Geestelijk Erf” van het dagblad De Gelderlander. Het moet ’s voorshands niet uitgesloten worden geacht dat deze krant ook ten huize Hillesum gelezen werd. Het katholieke dagblad werd gepubliceerd in Nijmegen, maar had als verspreidingsgebied de hele Achterhoek inclusief de IJsselsteden. Wij denken ook aan het gegeven dat Louis Hillesum bij het verlaten op vrijdag 29 november (vanwege zijn door de nazi’s afgedwongen ontslag) van het Stedelijk Gymnasium tijdens zijn afscheidswoorden dit mooie citaat van Geert Groote voorlas: ‘Voor alle dinc dunct mi goet, dat ghi geestelike blijde zijt.’ Ik neem aan dat hij zich reeds eerder in de werken van de Deventer mysticus en in de Moderne Devotie had verdiept.

Noot. Het gedicht bestaat uit zeven strofen: de eerste van twee versregels, de overige zes van elk vijf versregels. Hierboven zijn de strofen vijf en zes geciteerd. Teresa van Avila schreef het gedicht waarschijnlijk rond Kerstmis 1576.

 

Geplaatst in Italiaanse Hillesum Kroniek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Etty Hillesums ‘modderschrift’

Het was Etty Hillesums uitgesproken wens na de oorlog schrijfster te worden. Dat kan men op vele plaatsen in haar dagboek nalezen. Haar dagboek beschouwde zij een oefenschrift waarin zij tussen begin maar 1941 en oktober 1942, dus in een relatief kort tijdsbestek, in tien cahiers ongeveer 250.000 woorden neerschreef. Het waren er nog zo’n 25.000 meer, maar het zevende cahier is verloren gegaan. Zij had van haar schrijfkunst in deze fase van haar leven overigens geen hoge dunk, niet wetende dat twee van haar brieven in het najaar van 1943 zouden worden gepubliceerd.

Haar negatieve opinie kunnen we aflezen aan de woorden ‘klad’, ‘kladden’. Aan het begin schrijft ze met een zekere zelfspot: “Hè, hè, wat mooi geformuleerd, maar ik klad het maar neer …” (HW, 10.), maar ook veel later is ze nog kritisch: “Ik zit hier nu 1½ uur ongeveer te pennen en voel me nog akeliger en ontevredener dan toen ik begon. Dat komt, ik zit maar zo een beetje in het wildeweg te kladden.” (HW, 118.) Maar zelfs in een brief aan Spier gebruikt ze deze zinswending nog: “… ik klad het maar neer, zoals het toevallig uit de pen komt …” (HW, 588.)

Wij moeten dan ook niet vreemd opkijken als zij in overeenstemming met deze vrij negatieve waardering haar dagboek op 18 juni 1942 karakteriseert als volgt: “Dit is m’n modderschrift. Een soort vuilnisbak voor velerlei afvalproducten van m’n geteisterd gemoed. […] wanneer alle afvalproducten weggewerkt zijn, wie weet, kom ik misschien eens tot iets positiefs op deze blauwe lijntjes? (HW, 445-446.) Het samengestelde woord ‘modderschrift’ komt in Hillesums nagelaten teksten slechts één maal voor, net als het werkwoord ‘modderen’, dat in de onovergankelijke betekenis van onhandig te werk gaan, om niet te zeggen knoeien: “Je kunt op dit gebied [de psychologie] zo heerlijk je eigen gang gaan, modderen, stellingen bedenken, hypotheses opstellen …” (HW, 136.) Het zelfstandig naamwoord ‘modder’ vinden we één keer figuurlijk gebruikt in de veel geciteerde zin “Dit barbarisme van ons moeten wij innerlijk afwijzen, wij mogen die haat niet aankweken in ons, omdat de wereld dan geen stap verder uit de modder komt.” Frequent is ‘modder’ (dertien keer) in de brieven in relatie tot kamp Westerbork, natuurlijk in de concrete betekenis van een mengsel van klei en water. Ze gebruikt het adjectief ‘modderig’ in twee omstandigheden. De eerste keer bij de gedachte aan de gracht waarin zij zou willen laten zakken om er een einde aan te maken (HW, 148, 224, 509) de tweede keer in verband met de jasmijn op het dak van de garage (HW, 484, 517).

Ik heb altijd aangenomen dat ‘modderschrift’ een door haar bedacht woord was, mogelijk associatief gevormd door haar frequent gebruik van het woord ‘modder’ en de schoolschriften waarin zij haar gedachten opschreef. En daar heb ik het dan ook bij gelaten. Op het moment echter dat ik mij afvroeg hoe dit woord in de Italiaanse vertaling was overgekomen, ontstond de behoefte meer over dit woord in mijn moedertaal te weten te komen.

Van de Leidse hoogleraar Marc van Oostendorp heb ik begrepen dat taalkundigen tegenwoordig internet zoekmachines zoals Google gebruiken om woordfrequenties en –gebruik na te gaan. Goed voorbeeld doet goed volgen. Zo trof ik in een verslag van de zitting van het Belgische parlement van 20 juni 1939 het woord ‘modderschrift’ aan, maar bovendien nog twee andere samenstellingen: ‘modderrevue’ en ‘modderproza’. Het zelfstandig naamwoord ‘modderproza’ heb ik via Delpher in de nationaalsocialistische weekblad Volk en Vaderland van 26 mei 1939 kunnen opsporen. Het voornoemde verslag verwijst naar een bijeenkomst op 21 mei van het Vlaams Nationaal Front waar het genoemde weekblad een pagina aan heeft gewijd. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft bij het lemma ‘modder’ geen enkele van deze vier samenstellingen geeft. Al met al geen rijke oogst. Maar voorlopig laat ik het hier even bij.

Het is niet na te gaan of Etty Hillesum het woord zelf heeft bedacht of aangetroffen en gebruikt in haar dagboek. Ik acht het zeer onwaarschijnlijk dat zij het NSB weekblad op haar leestafel had. In het Nederlands is de vorming van samenstellingen een zeer productief principe en daarom sluit ik haar creativiteit bij de woordvorming niet uit.

Dat brengt mij ten slotte op de vraag wat Etty Hillesum bedoelt met ‘modderschrift’. Ik meen dat dit niet negatief is in de zin van het geciteerde zittingsverslag waarin wordt verwezen naar iets wat op een smaadschrift lijkt. Hillesum heeft haar elf volgeschreven dagboekcahiers op het oog, een soort oefenschriften, die zij opvatte als een verzameling ruw materiaal om uit te putten voor het proza dat zij zou gaan schrijven ná haar terugkeer. Men zou kunnen denken aan de ‘modder’ – ter wille van de vergelijking vervang ik hier klei door modder – die de grondstof was waaruit volgens de beroemde Joodse legende de Golem werd gevormd.

Hoe lang het tegenwoordig in onbruik geraakte woord na de Tweede Wereldoorlog nog gebruikers heeft gevonden zou aardig zijn om uit te zoeken. In mijn tweedelige Van Dale, negende editie uit 1970, komt het niet voor.

Over ‘modderschrift’ buigen zich ook:

Ria van den Brandt, Denken met Etty Hillesum, Meinema, 2006, 39.

Debbie Pevenage, “Het harmonisch rollen uit Gods hand lukte niet zo erg. Worsteling en evenwicht in de dagboeken van Etty Hillesum” , licentiaat verhandeling, Universiteit Gent, 2006-2007.

De afkorting HW staat voor: Etty Hillesum, Het werk 1941-1943, uitgegeven onder redactie van Klaas A.D. Smelik. Tekstverzorging door Gideon Lodders en Rob Tempelaars. Zesde herziene en aangevulde druk, Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2008.

Geplaatst in Italiaanse Hillesum Kroniek | Tags: | Een reactie plaatsen

De laatste woorden…

De titel van dit stukje kan worden vervolgd met het voorzetsel ‘van’ of ‘over’ en een naam. Van beide varianten kunnen we (bijna) oneindig veel positieve en negatieve voorbeelden geven, die we aantreffen in allerlei soorten teksten, bijvoorbeeld: romans en verhalen, poësie, biografiën en dagboeken. Dit stukje gaat over teksten ‘van’ en de naam van de auteur is Etty Hillesum. Het nieuwe logo van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum werd de aanleiding om het te schrijven. Een mooi voorbeeld van een geslaagd logo. Het is niet eenvoudig een logo te bedenken dat indruk maakt en in het geheugen beklijft. Sommige logo’s hebben een ongeëvenaarde symboolwaarde aan zich getrokken en hebben zich in het dagelijkse bestaan van velen genesteld.

EHOC Logo jpg

Het nieuwe logo. Het ontwerp is van Michel Jongepier.

Het logo van het EHOC heeft nog niet ieders hart bereikt, maar het ontbreekt hem niet aan kracht om daarin een plaatsje te veroveren. Het ontwerp bestaat uit drie elementen. Een boek dat als draagvlak dient voor de twee andere gestyleerde afbeeldingen: een foto van Etty Hillesum en een pagina tekst. Wat op het eerste gezicht een geslaagd logo lijkt bevat ook een tweetal aardige verrassingen.

De foto is afgedrukt in het tweede katern illustraties van de zesde editie van Het werk 1941-1943 en heeft nummer xxxii gekregen. Eerlijk gezegd is dezelfde foto twee keer opgenomen in deze editie, want we vinden haar ook tegenover de titelpagina. De naam van de fotograaf zijn de

Etty Hillesum, circa 1940

Etty Hillesum, circa 1940

editors blijkbaar niet op het spoor gekomen en ook het jaar is een veronderstelling: “circa 1940” staat eronder. Het is mij trouwens opgevallen dat deze afbeelding niet in de vijfde editie voor komt. Niet alleen is de Zesde herziene en aangevulde druk uit september 2012 nu beschikbaar in een elegant uitgegeven gebonden uitgave, maar hij bevat tevens een iconografische verrijking.

De tweede verrassing schuilt in het derde element. Wie het hierboven weergegeven logo aanklikt kan de jpeg-afbeelding vergroten en ziet dan de laatste pagina van het elfde dagboekcahier verschijnen. De zin onderaan deze pagina “Man muβ seine Pausen wahrhaben wollen!!!”, schreef Etty Hillesum op 13 october 1942. (Vgl. Het werk, 583: MAN MUSS SEINE PAUSEN WAHRHABEN WOLLEN!!!)

In de kritische editie wordt terecht de Duitse tekst weergegeven. De vraag is waarom deze zin in de gedrukte editie in hoofdletters wordt afgedrukt, terwijl dit in Hillesums handschrift niet zo is. In de toelichting (Manuscriptologische aantekeningen, p. 829) schrijven de tekstverzorgers dat zij de hoofdletters hebben toegevoegd, maar het motief wordt niet gegeven. Hier een helaas wat vage afbeelding van de zin zoals hij op de laatste bladzijde van het cahier werd neergeschreven:

Man muss-2In de Italiaanse integrale editie van het dagboek wordt de zin eveneeens in bovenkast afgedrukt. De vertaling van Ada Vigliani luidt: BISOGNA SAPER ACCETTARE LE PROPRIE PAUSE!!! (Diario, 797). In de Italiaanse editie worden alle Duitse teksten vertaald en hetzelfde geldt voor de Franse integrale editie. De laatste woorden vertonen nog een extra detail: IL FAUT SAVOIR ACCEPTER SES MOMENTS DE PAUSE!!! Men was op de redactie van uitgeverij Seuil niet tevreden met de hoofdletters en heeft er het  cursief aan toegevoegd.

Men ziet dat van alles en nog wat gebeurt gedurende het traject dat wordt afgelegd van het handschrift naar de gedrukte versie en wat vervolgens in de vertalingen en uitgaven in een andere culturele context terecht komt. Het laatste woord is er nog niet over gezegd.

Geplaatst in Italiaanse Hillesum Kroniek | Een reactie plaatsen