De genoegens. Een gedicht van Corrado Govoni

De genoegens

De blauwe luchten van de lentezondagen.
De sneeuw als een witte pruik op het dak.
De wandeling van de geliefden langs het kanaal.
Broodbakken op zondagmorgen.
De maartregen die op de grijze dakpannen klettert.
De bloeiende blauweregen klimt langs de muur.
De witte gordijnen voor het raam van het klooster.
De klokken van zaterdag.
De aangestoken kaarsen bij de relikwieën.
De verlichte spiegels in de kamers.
De rode bloemen op het witte tafellaken.
De gouden lichten die ’s avonds op gaan.
De schaduwen van bloed die sterven op de muur.
De rozenbladeren op het bed van de zieken.
Pianospelen op een feestdag.
De koekoeksroep in het weiland.
De katten in de vensterbank.
De witte duiven op de daken.
De malva in de pannen.
De bedelaars die eten bij de ingang van de kerk.
De zieken in de zon.
De meisjes die hun gouden haren kammen in de zon bij de deur.
De vrouwen die zingen aan het raam.

 

Het gedicht (hier in mijn vertaling) komt uit de bundel De mislukkelingen (Gli aborti), uitgegeven in Ferrara in 1907. (Het Italiaanse substantief ‘aborto’ heeft als gangbare  hedendaagse betekenis ‘abortus’, maar dat is hier niet van toepassing.) In dezelfde bundel plaatste hij een soortgelijk gedicht van 40 verzen, getiteld De zondagse dingen, (Le cose che fanno la domenica). De Venetiaanse literatuur criticus en linguïst Pier Vincenzo Mengaldo gaf er de naam ‘verzen-zinnen’ aan. Dit lijkt me geen onzinnige vaststelling. Men zou eraan kunnen toevoegen, dat de afwezigheid van het werkwoord nóg een opmerkelijke trek van deze verzen is. De lezer moet bijspringen, en doet dat natuurlijk graag.

Corrado Govoni werd in 1884 geboren in een bemiddelde boerenfamilie in het gehucht Tàmara, op het Ferrarese platteland. In 1914 verkocht hij de geërfde boerderij en trok naar Milaan. Na de oorlog – waaraan hij deelnam – vestigde hij zich in 1917 eerst in Rome, maar vervolgens woonde hij tot het einde van zijn leven aan zee in het dorp Lido dei Pini, dat zich op ongeveer 55 km ten zuiden van Rome bevindt. Hij stierf in 1965 in Anzio.

De Italiaanse tekst van het gedicht kunt u hier in een pdf vinden: Le dolcezze

Advertenties
Geplaatst in Poëzie: Italië 20e eeuw | Tags: , | Een reactie plaatsen

Herfst. Een gedicht van Vincenzo Cardarelli

Herfst

Herfst. We hoorden je al
in de augustuswind,
in de slaande en druilende
septemberregens,
en een rilling liep over het land
dat nu, kaal en triest,
een mager zonnetje verwelkomt.
Korter en minder wordt,
in deze herfst die voortschreidt
met een onzegbare traagheid,
de beste tijd van ons leven
die ons langdurig vaarwel zegt.

 

Berlijnse herfstbladeren 2018 © Maria Korporal.

Het gedicht – hier voorgesteld in mijn vertaling – werd voor het eerst in 1931 gepubliceerd in een tijdschrift en drie jaar later in de bundel Giorni in piena. Na de tweede wereldoorlog is het in diverse bundels herdukt. De Italiaanse tekst vindt u hier: Autunno

In zijn bloemlezing Italiaanse poëzie heeft Frans van Doorn twee gedichten opgenomen:  Wat voorbij is en Febuari. Het zijn mogelijk de enige in het Nederlands vertaalde gedichten van de Rome gestorven (1959), maar in Tarquinia geboren (1887) schrijver en wiens naam Nazareno Caldarelli was.

Noot
Frans van Dooren, Gepolijst Albast. Acht eeuwen Italiaanse poëzie, Baarn: Ambo, 1994, 334-335.
Een kort en zakelijk lemma (Italiaans) over Cardarelli vindt u in de encyclopedie Treccani.

Geplaatst in Poëzie: Italië 20e eeuw | Tags: | Een reactie plaatsen

Een gedicht van Aldo Palazzeschi: Wie ben ik?

Wie ben ik?

Ben ik soms een dichter?
Nee, zeker niet.
De pen van mijn ziel
schrijft maar één woord:
‘gekte’.
Ben ik dan soms een schilder?
Ook niet.
Op het palet van mijn ziel
ligt maar één kleur:
‘melancholie’.
Een musicus dan?
Ook al niet.
Het toetsenbord van mijn ziel
heeft maar één noot:
‘nostalgie’.
Ben ik … ja wat?
Ik houd een vergrootglas
voor mijn hart
om het de mensen te laten zien.
Wie ik ben?
De kunstenmaker van mijn ziel.

 

Aldo Palazzeschi in 1913. Foto van Mario Nunes Vais.

Aldo Palazzeschi (Florence 1885 – Rome 1974) publiceerde dit ironische gedicht voor het eerst in 1909. Hij plaatste het als proloog in zijn verzamelbundel Poesie 1904-1919 (1930, 6e druk juli 1949). Na de Eerste Wereldoorlog heeft Palazzeschi zich toegelegd op het proza. Hij verwierf een groeiende kring lezers en brak in 1934 definitief door met de roman Sorelle Materassi – Zusters Materassi. Vanaf 1926 werkte hij als journalist voor het dagblad Corriere della Sera. Tot het fascisme behield hij een flinke afstand. Pas in de jaren zestig begon hij weer te dichten. Hij publiceerde ruim twintig romans en een tiental bundels poëzie.

U vindt hier een lezing van het gedicht in het Italiaans.

Frans van Dooren nam van Palazzeschi het gedicht De zieke fontijn (La fontana malata) op in zijn bloemlezing Gepolijst albast, pp. 326-328.

In de Digitale Bibliotheek van Nederland vindt u enkele van Palazzeschi’s gedichten vertaald door Karel van Eerd (1938-2008).

Geplaatst in Poëzie: Italië 20e eeuw | Tags: | Een reactie plaatsen

De bibliotheek van Pasolini in één boek

Eind december 2017 verscheen bij de Florentijnse uitgeverij Olschki een fraai boekwerk waarin de bibliografische gegevens van de bibliotheek van Pier Paolo Pasolini zijn opgetekend. Het gaat om de bijna 3000 boeken die na zijn gewelddadige dood, in de nacht van 1 november 1975, in zijn Romeinse woning werden aangetroffen. Zij werden in 1988 door Graziella Chiarcossi aan het Gabinetto Vieusseux in Florence overgedragen. Deze erfgename van Pasolini’s moeder Susanna heeft behalve de bibliotheek ook 6200 brieven gericht aan de dichter, manuscripten, typoscripts, foto’s, knipsels, kunstwerken en enkele meubelstukken bij deze instelling ondergebracht. De Collectie Pasolini is toegankelijk gemaakt voor onderzoekers en belangstellenden

Hoe zit het boek in elkaar? Enkele korte voorwoorden zijn afgedrukt op pagina’s met een Romeinse nummering: I-XXII. Van de dan volgende 301 zijn 283 pagina’s gewijd aan de bibliografie. De namenindex loopt van pp. 289 tot 315, over twee kolommen. Net vóór deze index vindt de lezer op glanzend papier een katern van 28 pagina’s met ruim 40 in kleur  afgedrukte illustraties. Het formaat van het boek is 17 x  24 cm en het weegt 0.7 KG.

Pasolini’s nicht Chiarcossi heeft na de dood van haar oom de boeken gecatalogiseerd. Niet alleen de titelgegevens worden vermeld, maar ook informatie als een opdracht of een visitekaartje aanwezig in het boek. Zij volgde niet de strenge regels van de bibliografische titelbeschrijving, maar niettemin is zij bijzonder nauwgezet tewerk gegaan. Zie hiernaast als voorbeeld pagina 77. Chiarscossi presenteert overigens niet één lange doorlopende alfabetische lijst van titels, maar heeft het boek onderverdeeld in zorgvuldig gekozen thematische hoofdstukken. Deze struktuur maakt het boek tot een naslagwerk dat men met genoegen steeds opnieuw ter hand neemt. Het opent met de sectie boeken waarmee Pasolini zich intellectueel heeft gevormd (Libri della formazione), daarna volgen hoofdstukken Italiaanse poëzie, poëzie in dialect, Italiaans en vertaald proza, kunst, cinema, theater, enz. Elke bibliografische sectie wordt voorafgegaan door een korte inleiding.

Zeer interessant is de afdeling titels van de legendarische Milanese uitgever Vanni Scheiwiller (1934-1999) met wie Pasolini vanaf 1954 nauw heeft samengewerkt. Scheiwillers vader had de uitgeverij opgericht en All’Insegna del Pesce d’Oro genoemd. Hiernaast een voorbeeld van het omslag van een dichtbundel van Sandro Penna met opdracht aan Pasolini. Daaronder enige bibliografische aantekeningen. Scheiwiller publiceert in 1978 de tentoonstellingscatalogus van de tekeningen van Pasolini uit de jaren 1941-19751941-1975.

Liefhebbers van de Italiaanse dichter en regisseur dienen dit boek naar mijn mening aan het begin van hun rijtje Pasolini-boeken te zetten. Wellicht ten overvloede: het is geschreven in de taal van hun idool.

Noot

De Collectie Pasolini bevindt zich in het Archivio contemporaneo A. Bonsanti del Gabinetto Vieusseux di Firenze.

Het boek:
Graziella Chiarcossi, Franco Zabagli (a cura di), La biblioteca di Pier Paolo Pasolini, Leo S. Olschki, Firenze, 2017. ISBN 9788822265159. Het is verschenen in de reeks: Gabinetto Scientifico Letterario G.P. Vieusseux. Studi 29.

Geplaatst in Italiaanse schrijvers | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Genua 2018 en Huizinga’s ‘Hoge bruggen van begrip’

1. In en rondom mijn huis is het in augustus gewoonlijk heerlijk rustig. Tijd om te lezen en te schrijven. Tijd ook om mij voor te bereiden op de afspraken in het najaar en na te denken over nieuwe boeken uit te geven in 2019 en 2020. Eén van de plannen behelst een Italiaanse editie van Johan Huizinga’s Amerika-dagboek en diverse brieven uit die periode: april – juni 1926. Huizinga schreef na zijn terugkomst Amerika levend en denkend waaraan hij de ondertitel ‘Losse opmerkingen’ meegaf, maar, schrijft hij, ook ‘tegenstrijdige beschouwingen’ zou passend zijn geweest.

Aan deze vredige augustussfeer kwam op 14 augustus abrupt een einde door de dramatische gebeurtenissen in Genua, waar de brug over de rivier Polcevera instortte en waarvan vrijwel direct de invloed èn de consequenties op lange termijn duidelijk werden. Het gaat enerzijds om het verdriet en het lijden van hen die hun geliefden en familieleden verloren, en anderzijds om de verstrekkende sociaal-economische gevolgen voor de stad en zijn bewoners. De omvang van dit laatste aspect krijgt langzaam maar zeker meer ruimte in de media en zal na gisteren (18 augustus, dag van nationale rouw) meer op de voorgrond treden. Het is belangrijk om het perspectief van de kwestie in het oog te houden. Het gaat immers niet om een natuurramp of een fataliteit, maar is een gevolg van menselijk handelen en zeer waarschijnlijk te wijten aan nalatigheid. In de woorden van het staatshoofd Sergio Mattarella: ‘een onaanvaardbare tragedie’.

Wat rest van de brug.

Reeds enkele uren na de ramp kwam het land in de ijskoude greep van een destructieve polemiek waarin de verantwoordelijkheid voor de instorting – de schuldvraag – door de huidige regeringsleiders direct werd geplaatst bij de beheerders van de brug, Autostrade S.p.A., en bij de voorgaande regeringen.

Onvermijdelijk is de verdere accentuering van de al geruime tijd sterk gegroeide politieke tegenstellingen in het land en het openbare leven, ondanks de ook vandaag weer herhaalde oproep van het staatshoofd tot nationale eenheid en voor meer moderatie in het politieke discours. In een willekeurige nieuwsuitzending wordt het verdriet en de wanhoop van de vele honderden betrokkenen bij het drama verteld, maar in dezelfde uitzending kan men zien en horen hoe de nationale politieke leiders zonder enige terughoudendheid ernstige beschuldigingen en verwijten uitspreken, en maatregelen aankondigen die wellicht later prematuur of zonder fundament zullen blijken. Zo een klimaat getuigt niet alleen van weinig respect tegenover de nabestaanden, het lijkt al evenmin ideaal voor het vaststellen door de rechterlijke instanties van de verantwoordelijkheden voor het gebeurde.

Het is tekenend, dat de nabestaanden van méér dan de helft van de slachtoffers hebben afgezien van de staatsbegrafenis en besloten hun geliefden in de privé-sfeer te begraven.

2. De inwoners vergeleken hun brug niet zelden en niet zonder trots met die in Brooklyn. De Morandi brug was het symbool van Genua en staat centraal in de biografie van deze dynamische havenstad, vergelijkbaar met Rotterdam. Dit symbool van economische en culturele welvaart dreigt nu om te slaan in een symbool van stilstand en teruggang. Deze dreiging – daarover lijkt men het eens – kan het best worden afgewend door vormen van gemeenschappelijk handelen, dat spoedig na de verwerking van de rouw op gang moet komen.

Huizinga was in het voorjaar van 1926 in Amerika om tijdens een rondreis langs een aantal universiteiten om zich over de stand van de Amerikaanse sociale wetenschappen te laten informeren. Hij nam onder de academici en intellectuelen een stemming waar die haaks staat op het hier boven beschrevene. In het genoemde Amerika levend en denkend citeert Huizinga twee verzen uit de vierde afdeling van Walt Whitmans befaamde gedicht ‘Crossing Brooklyn Ferry’ (complete text). Huizinga werd tijdens zijn rondreis getroffen door wat men zou kunnen omschrijven als de wil tot saamhorigheid, het streven om gezamenlijk de problemen aan te pakken en tot een oplossing te brengen. Hij leest deze ‘nabijheid’ ook in deze twee verzen van Whitman:

The men and women I saw were all near to me
Others the same – others who look back on me because I look’d forward to them…

Huizinga schrijft naar aanleiding hiervan:

Waardoor herinneren mij de hedendaagse [Amerikaanse] sociologen en psychologen onweerstaanbaar aan de dichter der vorige eeuw? – Omdat wat hen bezielt hetzelfde is, omdat nu de wetenschap exacte vorm poogt te geven aan hetgeen de dichter in gigantische vormloosheid uit de chaos der gedachte kneedde. Hoge bruggen van begrip te slaan tussen onze voorstellingen van de mens en van de samenleving.

Voor een snelle en efficiënte reconstructie van de havenstad Genua lijkt het slaan van hoge bruggen van begrip een voorwaarde. Laten we hopen dat deze richting wordt ingeslagen. Het triumviraat dat de politieke leiding van dit land in handen heeft, lijkt op dit moment echter meer behoefte te hebben om het vuur van de polemiek aan te blazen, dan de weg te willen vrijmaken voor een beleid dat wordt geïnspireerd door respect en weloverwogen, rationele beslissingen.

 

Noot.
Johan Huizinga, Amerika levend en denkend, in: Verzamelde Werken, V, Cultuurgeschiedenis III, Tjeenk Willink, Haarlem, 1950, 456. [19271]

 

Geplaatst in Algemeen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De brug in Genua en een gedicht

Naar aanleiding van de ramp in Genua, waar gisteren, 14 augustus 2018, tegen het middaguur de brug Morandi over de rivier Polcevera instortte, kwam mij dit gedicht van Guiseppe Ungaretti in gedachten.

Nietigheid

Plotseling
is hoog
op de puinhopen
de glasheldere

verbazing
van de onmetelijkheid

En de man
voorovergebogen
over het water
dat door het zonlicht
verrast wordt
hervindt zichzelf
als een schim

Gewiegd en
langzaam
gebroken

Ungaretti schreef het gedicht op 19 augustus 1917 in Vallone.

Het gedicht kan men vinden op pagina 344 van Gepolijst albast. Acht eeuwen Italiaanse poëzie, de bloemlezing die Frans van Dooren in 1994 bij uitgeverij Ambo liet verschijnen. De Italiaanse versie op pagina 78 in: Vita d’un uomo. Tutte le poesie. Bezorgd door Leone Piccioni, Mondadori, Milaan 1992.

 

Geplaatst in Italiaanse schrijvers | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De verjaardag van een gedicht: honderd jaar ‘Soldaten’ van Giuseppe Ungaretti

Nogal wat van mijn Italiaanse vriendinnen lezen poëzie. Mijn vrienden minder, veel minder. De vriendinnen kennen het werk van Giuseppe Ungaretti (Alexandrië 1888-Rome 1970) en zodra zijn naam valt, dragen zij diens gedicht Soldaten voor:

Het voelt als
in ’t najaar
aan de bomen
de blad’ren

Ungaretti schreef dit juweeltje over de condition humain in juli 1918. Hij nam het op in de bundel met de ironische titel ‘Vrolijkheid van schipbreuken’ (Allegria di naufragi, 1919)

Luciano Anselmi, ets, 1955.

met vier andere gedichten in de afdeling ‘Zwervende’. Bij de publicatie vermeldde hij ook de plaats: Bois de Courton. Deze drie gegevens: de titel, de tijd en de plaats, zetten de lezer op het spoor van de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. De dichter-infanterist diende als vrijwilliger in het Italiaanse leger in actie in Frankrijk (zie over de militaire campagne deze wiki-pagina).

Na de oorlog, op 9 november 1918, keert hij terug naar Parijs. Hij gaat er studeren en ontmoet er belangrijke kunstenaars en schrijvers, waaronder Apollinaire, De Chirico en Palazzeschi. De dag dat hij aankomt in de stad, haast hij zich naar het huis van Apollinaire met de beloofde Toscano sigaren, waar de Franse dichter dol op was. Hij treft hem aan op bed: overleden op deze dag.

Jeanne Dupoix

In 1920 trouwt hij met de Française Jeanne Dupoix en in 1922 verhuist het paar naar Rome. Ungaretti kiest in die jaren voor de politiek en de cultuur van het fascisme en ondertekent in 1925 het ‘Manifest van de fascistische intellectuelen’. De dichter gedraagt zich, althans volgens de meeste critici, gedurende het Italiaanse Interbellum (Ventennio) meer als een meeloper, dan een fanatieke aanhanger. Hij krijgt dan ook geen voet aan de grond. In 1936 vertrekt het gezin naar San Paolo in Brazilië waar hij aan de universtiteit Italiaanse literatuur gaat doceren. Uit economische noodzaak. In San Paolo overlijdt in 1939 zijn enige zoon, Antonietto, negen jaar oud. In 1942 keert het echtpaar met hun dochter Ninon terug naar Italië. Ungaretti’s geliefde, acht jaar oudere broer Costantino was twee jaar eerder, in 1937, overleden. Aan hem droeg hij 1947 de bundel Ik heb alles verloren op. Met ‘alles’ wordt gedoeld op hun gezamenlijke verleden in Alexandrië. Na de Tweede Wereldoorlog doceert Ungaretti aan de Romeinse Universiteit ‘La Sapienza’.

Eergisteren ben ik met een goede vriendin gaan lunchen. Debet aan haar literaire achtergrond kwam de poëzie ter sprake en – hoe kan het anders in deze dagen – de politiek. De naam Ungaretti viel en natuurlijk ook zijn gedicht Soldaten. Het kleinood viert in juli 2018 zijn eeuwfeest! Mijn geïnspireerde disgenote waagde de volgende vergelijking. ‘Na het slagveld van de verkiezingen’, stelde zij, ‘gaan we een periode in, die mogelijk uitloopt op een autoritair regime.’ Ik kon een lachbui nauwelijks de baas en wierp tegen dat ze misschien wat al te snel van stapel liep. Ze wond zich over mijn reactie niet op, want zij had mij al snel na onze eerste kennismaking – jaren geleden – ondergebracht in de categorie ‘onverbeterlijke optimisten’.

Tot mijn vreugde had ik mijn notitieboekje op zak en kon haar het citaat van Ungaretti voorlezen, dat ik in het voorjaar had opgetekend:

‘In mijn gedichten is geen spoor van haat voor de vijand, voor nìemand: men vindt er de bewustwording van de condition umaine, van de broederschap, van het lijden, van de extreme onzekerheid van het leven. Men vindt er de wil en de noodzaak zich uit te drukken, van een bij primitieve exaltatie van een primaire levenslust, van het verlangen om te leven, dat nog eens wordt versterkt door de nabijheid en de dagelijkse aanwezigheid van de dood.’

Zij keek mij sprakeloos aan. Wist ik het zeker? Was het wel van Ungaretti?

Onder ons gezegd: het geel-groene politieke getij in mijn tweede vaderland baart ook mij zorgen, méér dan voorheen.

Noot
In de sectie ‘Zwervende’ staan de vijf gedichten gedateerd met 1918. Ze zijn in deze volgorde opgenomen: Grasveld (Prato), Men draagt (Si porta), Zwervende (Girovago), Onbezorgd (Sereno) en Soldaten (Soldati).

Geplaatst in Poëzie: Italië 20e eeuw | Tags: | Een reactie plaatsen