Je komt er niet af…

Fatina was ziek en wilde geen mens meer zien. Mijn kleinkinderen hebben me laten roepen. Ik moest iets doen, werd me gezegd.
‘Wat haal je nu weer in je hoofd’, zei ik tegen d’r.
Geen antwoord.
‘Als je je niet goed voelt, halen we een dokter.’
Plotseling gilde ze: ‘Je begrijpt er niks van jij, niks! Ik ben ’t zat om in Auschwitz te zitten. Ik wil d’r uit! Begrijp ’t nou toch es!’
Het waren mijn zusters laatste woorden.

Dit is een stukje uit een interview met Alberto Sed, opgetekend door de Italiaanse historica Elisa Guida. In het kader van haar onderzoek naar de terugkeer van de Joodse overlevenden van de concentratie- en vernietigingskampen, heeft ze met een aantal van hen gesproken. De resultaten van haar werk heeft zij in 2017 gepubliceerd in haar boek De weg naar huis.
Fatina Sed hield ook een dagboek bij. Elisa Guida geeft daaruit een citaat:

… ik ben oma van twee lieve kleinkinderen en moeder van drie volwassen kinderen, maar hoewel het mij aan niets ontbreekt, voel ik mij diep ongelukkig. Het lijkt me, dat een deel van mijzelf heel ver weg is, achtergebleven op een plaats van schrijnend lijden en onmenselijke levensomstandigheden.

Alberto Seds woorden en de dagboekaantekening van zijn zuster deden mij denken aan een ander interview. Hanny Michaelis (1922-2007) sprak in de jaren zestig met Bibeb. Bij  het begin van het gesprek, dat voornamelijk gaat over haar relatie met Gerard (van het) Reve, vertelde de dichteres over haar onzekerheid, over de dominantie van Reve in hun huwelijk en de daarmee samenhangende onmacht om te schrijven. De scheiding werd voltrokken en, zegt zij, een psychotherapie ‘… heeft gemaakt dat ik weer kon schrijven. Je krijgt er zelf inzicht door. Je komt er niet af, maar je kunt er mee leven.’

Om de laatste zin te kunnen plaatsen, is het nodig toe te voegen, dat Michaelis tijdens de oorlog van 1942 tot 1945 was ondergedoken. Zij overleefde de ramp. Haar ouders werden in 1943 opgepakt, naar het vernietigingskamp Sobibor gedeporteerd en daar vermoord. Zij hadden er van afgezien een schuilplaats te zoeken.

De Nijmeegse filosofe en literatuur-onderzoekster Ria van den Brandt heeft in haar bundel Vrouwen van woorden zes essays samengebracht over evenzovele vrouwen die hun Joodse afkomst gemeen hadden. Van den Brandt schrijft: ‘Hun wereld werd volledig of bijna volledig verwoest door de vernietigingsmachine van de nazi’s.’ Nelly Sachs, Gertrud Kolman, Gerty Spies, Etty Hillesum, Selma Meerbaum-Eisinger en Hanny Michaelis hebben ‘… in hun gedichten hun fictie, hun brieven en dagboekaantekeningen hun omgang met het oorlogstrauma in heel uiteenlopende toonsoorten ter sprake gebracht.’ Van den Brandt constateert bij de zes vrouwen ‘… aanhoudende rouw en gevoelens van woede, haat, schuld, depressie, verzet en desillusie…’ . In haar mooie essay over Michaelis geeft zij van enkele van deze thema’s een aantal sprekende voorbeelden, die zij vooral in de vroege gedichten traceert. Van den Brandt gebruikt de term ‘existentiële zwaarmoedigheid’ om een funderend element in het werk en de levensloop van de dichteres te identificeren.

Ik citeer één gedicht van Michaelis waarin het thema opgeslotenheid of het weggedrukt zijn in het eigen verleden aanwezig is:

Laat in de avond
slaat de regen tegen het raam.
Wind beukend op de deuren
vindt nergens onderdak.
Hier waar het stil is tussen
vier muren zit ik mijzelf in de weg
onder een dikke laag verleden
maar zonder de wijsheid die daar bij past.

Fatima Sed en Hanny Michaelis zaten beiden ‘gevangen’ in een door hen als rampzalig ervaren verleden, maar anders dan Michaelis kon Fatima met haar trauma niet meer leven. De zwaarmoedigheid, die vele gedaantes kan aannemen en in diverse gradaties voorkomt: triestheid, moedeloosheid, neerslachtigheid, melancholie, nam bij haar blijkbaar de vorm aan van steeds terugkerende depressies, ontaardend in een pathologie die haar geen andere uitweg liet dan de dood. Zij is zeker niet de enige overlevende van de kampen die tòch nog het slachtoffer van de nationaalsocialistische ‘rassenleer’ is geworden. In gedachten komen de namen van Paul Celan en Primo Levi.

Over Alberto Sed is een wikipagina in het Italiaans beschikbaar.

Gebruikte teksten:

– Guida, Elisa (2017). La strada di casa. Il ritono in Italia dei sopravissuti alla Shoah, Viella, Roma. [De weg naar huis. De terugkeer in Italië van de overlevenden van de Sjoa.]

– Bibeb (1966). De mens is een ramp voor de wereld, Van Gennep, Amsterdam. 207-218.

– Brandt, Ria van den (2014). Vrouwen van woorden. Een kleine canon tegen groot leed, Abdij van Berne, Heeswijk. 102-117. Op pagina 117 de verwijzing naar literatuur. Het essay was overigens al afgesloten voor de publicatie van de dagboeken van Michaelis.

In het Nederlands verschenen onder auspiciën van de Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (SOTO) vanaf 2001 vier kloeke delen over de problematiek van de terugkeer. De SOTO opdracht betrok alle terugkerenden in het onderzoek. Zie de website van het NIOD.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Antisemitisme in Italië. Bookmark de permalink .

Plaats hier uw reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s