Kenden Titus Brandsma en Louis Hillesum elkaar?

Op zondag 3 november 1985 werd Titus Brandsma in Rome verheven tot de eer der altaren. De drie dagen durende plechtigheden werden door een paar duizend Nederlanders bijgewoond, waaronder zevenendertig familieleden Brandsma. De Sint Pieter was volgestroomd met duizenden bewonderaars van Titus uit verschillende landen. Onder hen de delegaties van alle karmelprovincies. Men schat dat ongeveer 12.000 mensen aanwezig waren.

Bij het ‘grote’ publiek in Italië is Brandsma vooral bekend geworden als slachtoffer – en derhalve past de term martelaar – van de nationaalsocialisten vanwege zijn verzet tegen de door hen beoogte nazificatie van de katholieke pers. Hij werd door de nazi’s gearresteerd op 19 januari 1942 en op zondag 26 juli van datzelfde jaar werd in Dachau een einde aan zijn leven gemaakt. Voor meer informatie over het lot van Brandsma verwijs ik naar de vrij omvangrijke literatuur. Waardevol en leesbaar vond ik de grote biografie van Ton Crijnen: Titus Brandsma. De man achter de mythe. (Valkhof Pers, 2008). Toen ik las dat Titus Brandsma in het najaar van 1940 in Deventer was geweest, vroeg ik mij af of hij en Louis Hillesum elkaar daar ontmoet zouden kunnen hebben. Etty Hillesum verbleef voor zover we weten in die periode in Amsterdam.

Dit alles lijkt op het eerste gezicht wat ongerijmd, wat kon immers verder uit elkaar liggen dan de twee werelden en culturen waarin deze drie personen toen leefden. Welnu, ook al hebben we behalve een foto geen directe of indirecte bronnen waarop mijn veronderstellingen kunnen worden gebaseerd, het behoort tot de mogelijkheden dat Brandsma in huize Hillesum te Deventer onderwerp van gesprek is geweest. Hieronder drie punten waaruit blijkt dat enig ‘contact’ niet ondenkbaar is:

A. Hein Blommestijn, medewerker van het Titus Brandsma Instituut, vertelt in zijn ‘Inleiding’ op Constant Dölle’s De weg van Titus Brandsma. Biografie van een martelaar 1881-1942, (Uitgeverij Ten Have, 2000) over een bezoek van Brandsma als gecommitteerde aan de stad Winschoten in 1923. Hij brengt bij die gelegenheid graag een

Titus Brandsma in 1934.

Titus Brandsma in 1934.

bezoek aan de Friese familie Dölle. Naast hen in de Oranjestraat woont de familie Hillesum. Blommestijn schrijft verder: “Etty Hillesum … is nu negen jaar. De kinderen spelen op straat … Het is waarschijnlijk dat Titus Brandsma en Etty Hillesum, zonder het te weten, elkaar gezien hebben.” (p. 7) Het negenjarige joodse meisje had ongetwijfeld opgekeken naar de voorbijruisende monnik, die in een donker kleed was gehuld en een “mooie, zwarte hoed” droeg. In juli van datzelfde jaar was de karmeliet aan de kersverse Katholieke Universiteit van Nijmegen tot hoogleraar filosofie benoemd. Biograaf Dölle legt een verband (p. 45-46) tussen de volgende drie zaken: a. Brandsma’s beeld van God als ‘de diepste grond in mij’, b. het volgende gedicht van Teresa van Avila:

En mocht je misschien niet weten
waar je Mij zult vinden,
dwaal dan niet heen en weer,
maar, als je Mij wilt vinden
moet je Mij eerst zoeken in jezelf.

Want je zult mijn rustplaats zijn
Je zult mijn huis en verblijf zijn
En daarom zal ik altijd bij je aankloppen
Wanneer ik mocht denken
Dat de deur gesloten is.

en c. hetzelfde thema bij Etty Hillesum: ‘… dat allerdiepste en allerrijkste in mij, waarin ik rust, dat noem ik “God”’. (Het Werk, 549.)

Louis Hillesum is links op de foto zichtbaar.

Louis Hillesum is links op de foto zichtbaar.

B. De vader van Etty Hillesum, de rector van het Stedelijk Gymnasium van Deventer, was op 16 oktober 1940 aanwezig bij de herdenking van 600 jaar Geert Groote, die in 1340 in de IJsselstad werd geboren. In de Haagse Courant van 17 oktober 1940 is een foto afgedrukt waarop hij tezamen met andere autoriteiten staat afgebeeld in de raadszaal van de gemeente Deventer. Of hij daarna de herdenkingsbijeenkomst in de Grote Kerk heeft bezocht, eventueel vergezeld door zijn vrouw Riva, weten we niet. Titus Brandsma hield ter gelegenheid een voordracht.

C. Brandsma publiceerde in de periode april 1938 – september 1941 wekelijks een artikel over de Nederlandse mystieke traditie in de rubriek “Van Ons Geestelijk Erf” van het dagblad De Gelderlander. Het moet ’s voorshands niet uitgesloten worden geacht dat deze krant ook ten huize Hillesum gelezen werd. Het katholieke dagblad werd gepubliceerd in Nijmegen, maar had als verspreidingsgebied de hele Achterhoek inclusief de IJsselsteden. Wij denken ook aan het gegeven dat Louis Hillesum bij het verlaten op vrijdag 29 november (vanwege zijn door de nazi’s afgedwongen ontslag) van het Stedelijk Gymnasium tijdens zijn afscheidswoorden dit mooie citaat van Geert Groote voorlas: ‘Voor alle dinc dunct mi goet, dat ghi geestelike blijde zijt.’ Ik neem aan dat hij zich reeds eerder in de werken van de Deventer mysticus en in de Moderne Devotie had verdiept.

Noot. Het gedicht bestaat uit zeven strofen: de eerste van twee versregels, de overige zes van elk vijf versregels. Hierboven zijn de strofen vijf en zes geciteerd. Teresa van Avila schreef het gedicht waarschijnlijk rond Kerstmis 1576.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Italiaanse Hillesum Kroniek en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Plaats hier uw reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s