Etty Hillesum op de Palatijn

Donderdagavond 27 februari 2014: om kwart voor negen neem ik plaats op de voorste bank rechts van het middenpad in de kerk van san Bonaventura op de Palatijn om een merkwaardige boekpresentatie bij te wonen. Maar op het moment dat ik mijn overjas uittrok en onder de houten kerkbank frommelde, wist ik dat nog niet.

Magnifiek de plaats van handeling, ook al was mijn Romeinse gezelschap niet bijzonder onder de indruk, het zij hun vergeven, zij groeiden op met het Colosseum, de triomfbogen van Constantijn en Titus. Want in die contreien ligt het kerkje waarin ruim honderd mensen een zitplaats zochten om de presentatie van het nieuwe boek over Etty Hillesum bij te wonen: pakweg op 100 meter loopafstand van de drie wereldberoemde monumenten. Het kerkje maakt deel uit van het klooster van de heilige Bonaventura, dat wordt bewoond door Franciscaner monniken en zeer geliefd is om er huwelijken in te laten zegenen. Ik kwam er voor het eerst!

De Palatijn gezien vanaf het plein van het Colosseum. Afbeelding van Giuseppe Vasi. De San Bonaventura bevindt onder de laagste tak van de boom.

De bijeenkomst was aangekondigd met de titel (vertaald): “De honderdjarige geboortedag van Etty Hillesum. 1914-2014. Van Franciscus van Assisi tot Etty Hillesum. Een zoektocht naar het zelf en naar God.” Er waren drie sprekers: Broeder MichaelDavide Semeraro, de auteur van het boek Etty Hillesum. Umanità radicata in Dio, pater Pietro Messa en Mario Bertin, moderator.

Een jonge medewerker van de Uitgeverij Paoline, die het boek van Semeraro in het najaar van 2013 uitbracht, opende de bijeenkomst. Etty Hillesum was “een prioriteit van zijn werkgever geworden”, zei hij, en voegde er als persoonlijke noot aan toe, dat zij een plaatsje in zijn hart veroverd had. Maar hij liet graag het woord aan de specialisten achter de tafel. Hij vergat natuurlijk niet te vermelden dat men na afloop het boek vóór het verlaten van de kerk kon aanschaffen bij het tafeltje in het atrium. De auteur signeert! Inderdaad heeft deze uitgeverij met deze auteur de vijfde monografie over Hillesum op de markt gebracht. Eerder verschenen: Paul Lebeau (2000), Ingmar Granstedt (2003), Beatrice Iacopini (2009), Yves Beriault (2013).

Moderator Bertin ontpopte zich als inleider en begon met de opmerking dat Semerano “tot de meest gekwalificeerde kenners van Etty Hillesum in Italië moet worden gerekend”. Daarna deed hij een poging tot contextualiseren door een hele reeks vrouwen uit de vorige eeuw op te noemen onder wie ook een aantal die door de nazi’s waren omgebracht, inclusief  Etty Hillesum. Hij trachtte het publiek ervan te overtuigen dat deze vrouwen niet abstract dachten, waardoor zij naar zijn gevoel in het leven waren “geworteld”. Of dit lukte, betwijfel ik. Uit de verontwaardigde reactie van mijn twee buurvrouwen op de kerkbank kreeg ik een andere indruk. Met deze term hernam hij het sleutelbegrip uit het boek van Semeraro, jammer alleen dat die het woord reserveert voor Etty Hillesums godsbegrip.

Uit de algemene bewoordingen van de zeventigjarige Bertin (hij zei het zelf!) over de Sjoa bleek al snel dat het verschijnsel niet hoog op de prioriteitenlijstje van zijn geliefde studiethema’s stond. Bovendien was hij niet verder gekomen dan de Italiaanse vertaling van Het verstoorde leven, Italiaans: Diario 1941-1943, en de incomplete brievenbundel die in Nederland als Het denkende hart van de barak werd gepubliceerd. Toch waren de vertalingen van het volledige dagboek en de brieven respectievelijk reeds in 2012 en 2013 in het Italiaans beschikbaar gekomen. Bertins gereduceerde editie lag vóór hem op de tafel, naast de microfoon en naast de complete editie die de auteur van het te presenteren boek had meegebracht.

De heer Bertin besloot zijn inleiding met de lectuur van een passage uit een lezing van Leonie Penney Snatager (1918- 2013) aan Nadia Neri (1997 of 1998) door Semeraro geciteerd in zijn boek (pp. 133-134). De geciteerde passage grijpt terug op de jaren 1937 en 1938 waarin de twee studentes Snatager en Hillesum met elkaar omgingen (vgl. de noot in Het Werk [p. 722] die refereert aan pagina 21 van Hillesums dagboek).

De tweede spreker was de theoloog Pietro Messa, docent verbonden aan de Universiteit Pontificianum Antonianum, specialist in de Heilige Franciscus. Messa is franciscaan. Dat hij van Etty Hillesum (die hij in zijn bijdrage van 25 minuten drie keer noemde, waarbij hij alleen de eerste keer haar naam goed uitsprak) weinig kaas had gegeten en slechts bij naam kende, was al bij zijn eerste woorden duidelijk, want hij bekende ruiterlijk dat hij het te presenteren boek niet had gelezen. De tijd die hem ter beschikking stond, en wat meer, heeft hij gevuld met allerlei slimme en vermakelijke opmerkingen over de heilige Franciscus en over de huidige paus Bergoglio, die zoals bekend dezelfde naam heeft gekozen. Het recent verschenen boek van een Paduaanse franciscaner monnik, Fabio Scarsato, die over Franciscus en Etty Hillesum in 2013 een interessante studie heeft gepubliceerd, noemde onze spreker niet. Docent Messa had natuurlijk geen tijd om dit boek ter hand te nemen, zoals hij geen tijd had gevonden om het boek van Semeraro te lezen.

Het is dan ook niet vreemd dat er door geen van de twee sprekers verband werd gelegd tussen de heilige uit Padua en de ‘jeugdige Jodin’ (giovane ebrea) Etty Hillesum, zoals zij vaak door Italiaanse rooms-katholieke auteurs wordt genoemd. In Italië ben je nu eenmaal jong tot je vijfendertigste, vooral als je nog thuis woont, hetgeen alles behalve zeldzaam is. Aangemoedigd door broeder Messa begon nu ook moderator Bertin (accent op de tweede lettergreep!) over Franciscus, want had hij niet recent (2013) zijn boek over de ‘poverello’ uit Assisi gepubliceerd? Doch ook in deze tweede woordenstroom kwam het verband tussen beide personages niet tot uiting.

Al die tijd week de glimlach niet van het sympathieke gezicht van dominicaan Semerano. Nu zou hij, eindelijk, na bijna een uur franciscaanse wijsheden, aan de beurt komen. Wij hadden een uitstekend zicht op de sprekers. Het leek me dat Semerano sinds onze eerste ontmoeting in 2006 (met iemand anders heb ik toen in een Romeinse boekhandel zijn eersteling over Hillesum gepresenteerd) hier en daar een kilootje meer meetorste, ondanks het hoge energieverbruik dat de talloze boekpresentaties in den lande van hem moet vergen. Semeraro is namelijk een bijzonder productieve religieuze auteur, die enkele tientallen boeken op zijn naam heeft staan, waaronder dus twee boeken over Etty Hillesum.

Wat had Semeraro ons te zeggen over Hillesum? Ik zal mij beperken tot enkele van zijn opmerkingen. Voorop staat zijn grote bewondering voor de persoon Hillesum en het belang van haar geschriften voor onze tijd. Hij steekt niet onder stoelen of (kerk)banken dat hij het dagboek leest vanuit een religieuze optiek, maar hij stelt zich nadrukkelijk op tegen de pogingen Etty Hillesum binnen willekeurig welke confessionele sfeer te trekken: Hillesum is géén christen noch een mystica en zij heeft zich niet tot het christendom bekeerd. Semeraro noemde instemmend Hillesums betoonde afkeer van de ‘Oxford groep’ en hij vatte haar woorden samen als “in het openbaar vrijen met God”, een naar  idee voor een dominicaan. Vervolgens formuleerde hij de stelling van Etty Hillesums “compatibiliteit met de christologie”. Toen hij dit gezegd had, dwaalden mijn gedachten af naar de ontnuchterende zin van Hillesum waarin ze schrijft “dat er in iedere bewust verdedigde levensbeschouwing bedrog sluipt”. (Het Werk, 168) Zou de ‘gekwalificeerde kenner’ – Bertin dixit – die opmerking over het hoofd hebben gezien?

Semeraro (in stemmig zwarte burgerkleding) stelde vervolgens vast dat men over het einde van Etty Hillesum niet zinvol kan spreken, want wij weten niets over haar verblijf in Auschwitz, noch kennen wij de datum van de dag waarop zij overleed – hij zei niet: vermoord. Haar laatste bericht is de briefkaart aan Chistine van Nooten. Semeraro verlegt het accent naar het ‘begin’: de belangrijke rol van Spier aan wie zij hulp vraagt, het thema van de chaos, de verhouding met haar ouders: de auteur gebruikte de term “desastreus”. Semeraro  oordeelde niet negatief over de abortus, ook al meende hij dat niet duidelijk was van wie de ‘vader’ was. Naar mijn idee is Hillesum er duidelijk over in haar aantekening van 8 december 1941 (Het Werk, 173-178, 180, met name 177).

Het laatste punt dat ik wil vermelden is het compliment dat Semeraro aan het adres van het Nederlandse volk van toen richtte: “een fantastisch volk”. De context waarin dit door hem werd gezegd was de vraag waarom de Joden niet zeer op Hillesum zijn gesteld. Hij verklaarde dit als volgt. Hillesum zou door haar betrokkenheid bij de Joodse Raad hebben gecollaboreerd. Nederlanders weten dat hier wordt gerefereerd aan een delicate kwestie waarop ik hier niet kan ingaan. Voor Semerano telt echter dat het thema ‘collaboratie’ een smet zou werpen op de snelgroeiende Italiaanse rooms-katholieke liefde voor Etty Hillesum. Daarom dient dit argument te worden ontzenuwd. Semeraro citeerde daartoe de opvatting van een gezaghebbende Milanese rabbijn, in een interview afgedrukt in het dagblad Corriere della Sera van 3 januari 2014: “Ik geloof echt niet, zegt rabbijn Giuseppe Laras, dat men Etty Hillesum enige vorm van collaboratie ten laste kan leggen.” Beter kon het niet: een auctoritas argument van Joodse oorsprong, behendig ingevlochten in een dominicaans discours over Etty Hillesum!

Het liep tegen half elf. De boekentafel van uitgeverij de stond te trappelen van ongeduld. Ik had nog net even tijd om Semerano de foto van Etty Hillesum als bruidsmeisje bij een Joodse huwelijksinzegening (Winschoten 1920) te laten zien. Zijn glimlach maakte, eindelijk, plaats voor verbazing: de Joodse kleuter Etty Hillesum…

De dominicaanse monnik MichaelDavide Semeraro (geb. 1964) woont in een klooster in de Noord-Italiaanse regio Aosta.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Italiaanse Hillesum Kroniek en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.