Een Etty Hillesum expositie in Rimini

Een tentoonstelling over Etty Hillesum die in zeven dagen door meer dan 12 duizend bezoekers wordt bezocht.
Een catalogus waarvan ruim tweeduizend exemplaren worden verkocht.

Aangedikte aantallen? Geenszins. Ik heb de geduldig wachtenden zien staan, van ’s morgens tien tot ’s avonds rond elf uur, want ik was er drie volle dagen bij. Met de gelukkige organisatoren heb ik mij verbaasd over deze verheugend grote belangstelling.

Als we deze Riminese gebeurtenis in de juiste verhoudingen zien, wordt het succes ervan inzichtelijker. De tentoonstelling was er één van de twintig die men tijdens de Meeting van Comunione e Liberazione (CL) in het beursgebouw van Rimini kon bezoeken. Deze populaire katholieke culturele manifestatie vindt traditiegetrouw plaats in de tweede helft van augustus. Dit jaar vierde men de veertigste editie. Het aantal bezoekers liep op tot ruim 800 duizend, die hun weg vonden in de 16 paviljoens. Onder hen waren vrij veel ‘buitenlanders’, want de Beweging CL is aanwezig in 90 landen. Er bestaat ook een Nederlandse afdeling: Gemeenschap en Bevrijding. Van de tentoonstelling zal ik later in deze Kroniek verslag doen. Hier volgen enkele opmerkingen over de catalogus die deze geslaagde Hillesum happening begeleidde.

‘De hemel leeft in mij’: Etty Hillesum’ [Il cielo vive dentro di me: EH] is de titel van de tentoonstelling en de catalogus. Lezers van Hillesums dagboek herinneren zich wellicht  dat het een citaat is uit de aantekening van 15 september 1942: ‘Maar eigenlijk is het toch veel eerder zo: de hemel leeft in mij. Alles leeft in mij.’ (Etty Hillesum, Het Werk, p. 544.) Het motief dat de samenstellers van de tentoonstelling en de catalogus tot gids was, ligt in deze woorden vervat. Men wilde Hillesums religieuze ontwikkelingsgang volgen en documenteren. In het  Italiaanse katholicisme wordt dit gewoonlijk aangeduid met de term ‘il cammino’ ­– ‘de weg’ naar een religieuze bewustwording, naar het vinden van God. Volgens de titel gaat om het zich gewaarworden van de presentie van God in zichzelf. Hillesum wordt gepresenteerd als een bij uitstek herkenbaar voorbeeld voor hen die een soortgelijke ‘weg’ zouden kunnen of willen gaan. Ik zou, denkend aan herkenbaarheid, kunnen verwijzen naar het beroemde eerste vers van Dante’s Hel: ‘Nel mezzo del cammin di nostra vita’… Vandaaruit komt men als vanzelf bij Paulus’ Tweede Brief aan de Korintiërs (2:5) terecht.  Van het Italiaanse  ‘cammino’ is de werkwoordsvorm: ‘camminare’: gaan, lopen, en veronderstelt dus een actieve rol van het zoekende subject. De enthousiaste samenstellers van het Hillesum-project beoogden deze zoektocht te ongetwijfeld te stimuleren.

De zoektocht of het proces van bewustwording van Etty Hillesum wordt in de catalogus stapje voor stapje gedocumenteerd. Voor niet weinig Italiaanse Hillesumlezers is het thema van de bewustwording van de aanwezigheid van God in zichzelf één van de meest inspirerende motieven in het dagboek en de brieven. Sinds de publicatie in 1986 van de Italiaanse vertalingen van Het verstoorde leven (1e editie Amsterdam, 1982) en het volledige werk in 2012, wordt het door vooral religieuze auteurs in kortere of langere publicaties behandeld. Gewoonlijk komt dat neer op een hervertelling zonder nieuwe feiten waarbij de keuze van de citaten uit Hillesums werk zelden op duidelijke criteria is gebaseerd, maar veeleer de persoonlijke visie (of missie) van de auteur weerspiegelt. Bij  een dergelijke aanpak domineert de religieuze interpretatie, niet zelden uitlopend op een bijna bekering, en gaat ten koste van de historisch-culturele en geografische context. Dit was in Rimini niet aan de orde. De aanpak was open naar anderen.

De expositie bood de bezoekers een zeer nauwe samenhang tussen woord en beeld geboden, die in de catalogus getrouw is gereproduceerd en thuis kan worden nagegaan. Natuurlijk zijn ook hier keuzen gemaakt, zoals blijkt uit de titel, maar dit is gekoppeld aan het tweeledige perspectief waarin het project is geplaatst. Naar binnen toe verdiepend door ruime aandacht te schenken aan de historische en culturele achtergronden van de gebeurtenissen in Nederland èn van Etty Hillesum en haar familie, naar buiten toe verbredend door de plaats die de tentoonstelling heeft gekregen in de context van de Meeting die zich afspeelt in de wereld van vandaag en zich vanaf de eerste editie kenmerkt door een sterk internationaal karakter.

Hoe steekt het boek in elkaar? Het bestaat uit vier hoofdstukken voorafgegaan door een inleiding, een levensschets van Hillesum en afgesloten door een bibliografie. Indicatief zijn de (vertaalde) titels van de hoofdstukken:

  1. De bewustwording van zichzelf
  2. Zij besluit zich volledig in te zetten voor het leven
  3. De verhouding met God, met vrienden, met alles
  4. Etty in de levende herinnering van haar vrienden van nu

De hoofstukken 1 tot en met 3 documenteren Hillesums spirituele ontwikkelingsgang aan de hand van een grote hoeveelheid zorgvuldig uit het dagboek en de brieven gekozen citaten, die worden begeleid door korte commentaren waarin de samenstellers verwijzen naar informatie over de historisch-culturele achtergronden.

In de catalogus heeft de redactie tevens een aantal citaten van deze auteurs (in volgorde van verschijnen) opgenomen: Elsa Morante, Eugenio Borgna, Marina Corradi, Romano Guardini, Julián Carrón, Luigi Giussani, Klaas A.D. Smelik. Deze citaten bieden extra informatie over de behandelde thema’s, zoals het lange citaat van Smelik over kamp Westerbork. Het is afkomstig uit de door mij bezorgde Italiaanse editie van Smeliks boekje Odio e amicizia. De citaten van Morante, Guardini, Carrón en Giussani hebben behalve een zekere affiniteit weinig met Hillesum uit te staan. Don Giussani (1922-2005) was de oprichter van CL en Julián Carrón is op dit moment de geestelijke leider van de Beweging.

In hoofdstuk 4 zijn zes essays opgenomen. Ze werden geschreven door zeven auteurs met een sterke betrokkenheid bij CL: Claudia Munarin, de regiseur van de video van 12 minuten die onderdeel van de tentoonstelling was: José Claverìa, de rector van een lyceum, Ombretta Malatesta, magistraat, Benedetto Grava, een Rilkekenner, Gianni Mereghetti, docent  filosofie, Davide Perillo, journalist, Marina Corradi, journaliste. Zij zijn allen afkomstig uit Milaan.

De catalogus vermeldt geen verantwoordelijke eindredacteur, maar een zevenkoppige redactie: José Claverìa, Claudia Munarin. Marta D’Angelo, Ombretta Malatesta,  Paola Maria Sala, Benedetto Grava en Gianni Mereghetti.

Bibliografische informatie  (Zie pdf van de Italiaanse inhoudsopgave )
Il cielo vive dentro di me: Etty Hillesum, Società Editrice Fiorentina, Florence 2019.
Afmetingen 20×24,5 cm, 79 pp., 23 illustraties.
Klaas A.D. Smelik, Odio e amicizia in Etty Hillesum, Apeiron Editori, Sant’Oreste, 2015.

 

Advertenties
Geplaatst in Italiaanse Hillesum Kroniek | Een reactie plaatsen

Een zelfverklaarde antisemiet in Gorizia

‘Geloof: antisemiet.’ Deze informatie geeft de heer Stefano Altinier, lid van de gemeenteraad van Gorizia, over zichzelf op zijn Facebook profiel. Nee, wacht, ik moet schrijven: ‘gaf’, want het getuigenis werd een paar dagen geleden opgemerkt door leden van de oppositie en de heer Altinier heeft de twee woorden spoorslags verwijderd.

De met rood omcirkelde woorden Orientamento religioso = Religieuze voorkeur, waaronder hij heeft ingevuld: antisemitisme. Daarboven de naam van de rubriek Mijn interessen, waar hij heeft ingevuld ‘Donne’ = vrouwen.

Wie denkt dat antisemieten uit Gorizia bruten zijn vergist zich lelijk, want dìt kunnen wij over deze Lega politicus lezen:

I am a punctual and reliable person who works well under pressure. I am able to work hard both in a team environment and on my own initative (sic). I have a friendly disposition and have a good sense of humour. I also have experience to work in different places. I have good communication skills.

Men kan deze loffelijke karakteristiek aantreffen op de website van de gemeente Gorizia onder het hoofdje Curriculum vitae, ongetwijfeld door hemzelf geschreven.

Zoals gebruikelijk bij dit soort gevallen, werd de betrokkene door de locale pers om commentaar gevraagd. Het bleek allemaal op een misverstand te berusten. Een storm in een glas water. Een uit de hand gelopen grap volgens de politicus. Ik citeer: ‘… het is iets van 10 tot 15 jaar geleden … ik was een adolescent en het was een grap … natuurlijk niet geslaagd …’

Laten we aannemen dat het raadslid het veld in zijn FB profiel 12 jaar geleden invulde. We schrijven dan 2007 en hij was toen 23 jaar, want geboren in 1984. Bepaald geen puber zoals hij ons wil doet geloven. – Overigens werd Facebook pas vanaf 14 mei 2008 in het Italiaans beschikbaar. – Kwade tongen zouden kunnen beweren dat de met ‘good communication skills’ begiftigde locale politicus gedurende zijn hele volwassen leven al antisemiet is geweest en dat via Mark Zuckermanns uitvinding urbi et orbi heeft verkondigd.

Het nu vijfendertigjare raadslid, gekozen in de gezagsgetrouwe rijen van de partij van Matteo Salvini, ontkent dit. Hij gebruikt daarvoor een variant van het afgesleten argument ‘ik heb veel Joden onder mijn vrienden’. Ziehier wat hij zegt ter verontschuldiging:

‘Ik ben nooit antisemiet geweest. Stel je voor zeg. Ik heb zelfs deelgenomen aan het Joodse feest Chanoeka en ik ben heel erg geboeid door de geschiedenis en de tradities van dat volk.’

Hij zegt ‘dat’ en niet ‘het Joodse’ volk.

En hij besluit: ‘Ik bied mijn verontschuldigingen aan voor wat er is gebeurd.’ Hij zegt niet:  ‘het spijt me dat ik deze woorden heb neergeschreven’, of iets van die strekking.

De kwestie werd aanhangig gemaakt door twee sociaaldemocratische leden van het Italiaanse Parlement: het kamerlid Debora Serracchiani (1970) en de senator Tatjana Rojc (1961). Beide vrouwen verwijzen niet toevallig naar de wet Mancino uit 1993, die ‘Discriminatie, haat of geweld op grond van racistische, etnische, nationalistische of religieuze motieven’ sanctioneert. (Art. 1. “Discriminazione, odio o violenza per motivi razziali, etnici, nazionali o religiosi”.)

Het is evenmin toevallig dat het raadslid zijn Facebook profiel direct heeft bijgewerkt. Je weet het maar nooit met die linkse vrouwelijke parlementsleden.

Geplaatst in Antisemitisme in Italië | Een reactie plaatsen

Marco Minniti brengt Johan Huizinga in de Grote Moskee van Rome ter sprake

Op het gymnasium in Groningen kreeg Johan Huizinga les in algemene geschiedenis van Harm Hermans (1841-1911). De gymnasiast bewonderde diens geleerdheid maar verweet de erudiete docent echter ook dat hij zijn leerlingen geen ‘degelijk overzicht van de geschiedenis’ bijbracht. Voor één initiatief zou hij hem echter altijd dankbaar blijven. Hermans gaf namelijk buiten het lesrooster om ook Hebreeuws aan theologanten en de jonge taalliefhebber Huizinga schoof zonder dralen bij hen aan. Na enige weken zei Hermans: ‘Och jongens, Arabisch is eigenlijk veel aardiger, zal ik jullie Arabisch geven?’ Huizinga meldt dan: ‘Drie brave theologanten en ik hapten toe, en er werd nog een extra lesuur op gezet.’ In de daarop volgende jaren zou hij zich verder in de taal bekwamen. Zijn hartewens in Leiden oosterse letteren te gaan studeren ging echter niet in vervulling.

Deze herinnering vermeldt Huizinga in zijn autobiografische Mijn weg tot de historie, postuum gepubliceerd in 1947. De passage ging door mijn hoofd toen ik kortgeleden las dat de Italiaanse minister van binnenlandse zaken Marco Minniti op 16 februari 2018 Johan Huizinga ter sprake had gebracht en geciteerd tijdens een toespraak in de Grote Moskee in Rome. De Romeinse moskee wordt de ‘Grande Moskea’ genoemd omdat zij tot op heden de grootste van Europa is. Het is een bijzondere architectonische schepping van de wereldberoemde Italiaanse bouwmeester Renzo Piano.

De inmiddels ex-minister hield zijn lezing in het kader van een seminar over immigratie en integratie, terrorisme en tolerantie. Minniti heeft zich altijd beijverd voor integratie, hoewel dat hem er niet van weerhouden heeft om in samenwerking met de Noord-Afrikaanse landen, met name Libië, de stroom mensen die de zeer gevaarlijke oversteek naar Lampedusa waagden, te reguleren, lees: beperken. Hij slaagde in zijn opzet, want tijdens zijn bewind verminderde de toevloed met 75 %. Van wie echter al in Italië was aangekomen, moest de integratie krachtig worden bevorderd. Het gebrek aan integratie kan leiden tot sociale onrust en terroristische acties. Ter ondersteuning van deze these kon Minniti – en de centrumlinkse regering waarvan hij deel uitmaakte – wijzen op de meest recente tragische gebeurtenissen in West-Europa, met name op de aanslagen in Frankrijk.

De minister gaf uitdrukking aan zijn zorgen over de toekomst door zijn toespraak te beginnen met de legendarische woorden waarmee Huizinga zijn beroemde boek uit 1935 In de schaduwen van morgen opent: ‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het.’ Minniti maakte zijn gehoor duidelijk in welke historische context deze woorden tot stand kwamen: ‘… het was over het fascisme dat Huizinga schreef’.

De minister – afgestudeerd in de filosofie op Cicero – verliest zich niet in gewaagde  historische parallellen en anachronismen, maar benut Huizinga’s woorden als een gezaghebbende waarschuwing voor het zich sterk verbreidende populisme in Europa, en met name in Italië waar zijn opvolger aan het ministerie ook de leider is van de Lega, de grootste populische partij in dit land. Ook Minniti’s opmerking over Huizinga ‘die schreef over het fascisme’ heeft een precieze functie. Als nooit te voren, ondanks het wettelijk verbod op de vorming van fascistische partijen en het maken van propaganda, groeien en bloeien neofascistische organisaties, die de periode van de dictatuur als hun traditie en Mussolini als hun inspiratiebron en idool beschouwen. Zeker, naoorlogse fascisten zijn nooit weggeweest, maar het Italiaanse populisme maakt voor hen de weg vrij om met steeds minder schroom in de openbaarheid te treden. Een kernpunt in hun politieke visie is een openlijk beleden fel anti-migranten standpunt dat met zekere regelmaat in agressief en racistisch optreden uitmondt. Bij deze maatschappelijke groepen moet men van integratie natuurlijk niets hebben en men vindt voor dit standpunt bevestiging en ondersteuning bij de uitlatingen en de politiek van de huidige minister van binnenlandse zaken en zijn partij de Lega.

Toch lijkt ‘integratie’ voor ieder weldenkend mens een wezenlijk element in een politiek beleid ter bevordering van nationale veiligheid. De waarden die van Minniti’s migratiebeleid de kern vormden (en nog steeds vormen, getuige een interview van 2 juli 2019) zijn ‘menselijkheid, vrijheid en veiligheid’. Het waren ook waarden die Johan Huizinga hoog in zijn vaandel had geschreven; zijn concrete optreden en geschriften uit de jaren dertig laten daarover geen twijfel bestaan.

Minister Minniti besloot zijn lezing in de Grote Moskee in Rome met woorden die getuigen van een goede verstaander van Huizinga’s boodschap: ‘Het is van groot belang dat Italië en haar Instituties zich scharen aan de zijde van de mensen die worden geplaagd door angst, om hen te helpen zich van die obsessies te bevrijden. Zo kan worden voorkomen dat men van de obsessies vervalt in de schaduwen van morgen.’

Johan Huizinga’s In de schaduwen van morgen. Een diagnose van het geestelijk lijden van onzen tijd (Haarlem, 1935) werd in het Italiaans vertaald als La crisi della civiltà [De crisis van de beschaving] en uitgegeven door Einaudi in Turijn in november 1937. Een 2e druk verscheen al in mei 1938, maar in het najaar werd het boek door het bewind van Mussolini verboden. In zijn 27 pagina’s lange inleiding op de editie van 1962 ging de bekende Italiaanse historicus Delio Cantimori in op het besluit van de uitgeverij de ‘veel mooiere’ Nederlandse titel niet getrouw te vertalen, maar te kiezen voor wat hij licht verwijtend een op Nietzsche en Spengler geïnspireerde titel noemde. Veelbetekend zette Cantimori boven zìjn inleiding: ‘In de schaduwen van morgen’.

De Huizinga-expert Anton van der Lem heeft in 2016 de herinneringen opnieuw uitgeven (nu geannoteerd en geïllustreerd) onder de titel Mijn weg tot de historie en Gebeden bij Vantilt in Nijmegen. In 2017 heb ik een Italiaanse vertaling verzorgd en gepubliceerd als Scritti autobiografici. La mia via alla storia & Preghiere, bij Apeiron Editori Sant’Oreste (Rome).

Met dank aan Dennis Smit voor de link.

Geplaatst in Johan Huizinga in Italië | Tags: , | Een reactie plaatsen

Je komt er niet af…

Fatina was ziek en wilde geen mens meer zien. Mijn kleinkinderen hebben me laten roepen. Ik moest iets doen, werd me gezegd.
‘Wat haal je nu weer in je hoofd’, zei ik tegen d’r.
Geen antwoord.
‘Als je je niet goed voelt, halen we een dokter.’
Plotseling gilde ze: ‘Je begrijpt er niks van jij, niks! Ik ben ’t zat om in Auschwitz te zitten. Ik wil d’r uit! Begrijp ’t nou toch es!’
Het waren mijn zusters laatste woorden.

Dit is een stukje uit een interview met Alberto Sed, opgetekend door de Italiaanse historica Elisa Guida. In het kader van haar onderzoek naar de terugkeer van de Joodse overlevenden van de concentratie- en vernietigingskampen, heeft ze met een aantal van hen gesproken. De resultaten van haar werk heeft zij in 2017 gepubliceerd in haar boek De weg naar huis.
Fatina Sed hield ook een dagboek bij. Elisa Guida geeft daaruit een citaat:

… ik ben oma van twee lieve kleinkinderen en moeder van drie volwassen kinderen, maar hoewel het mij aan niets ontbreekt, voel ik mij diep ongelukkig. Het lijkt me, dat een deel van mijzelf heel ver weg is, achtergebleven op een plaats van schrijnend lijden en onmenselijke levensomstandigheden.

Alberto Seds woorden en de dagboekaantekening van zijn zuster deden mij denken aan een ander interview. Hanny Michaelis (1922-2007) sprak in de jaren zestig met Bibeb. Bij  het begin van het gesprek, dat voornamelijk gaat over haar relatie met Gerard (van het) Reve, vertelde de dichteres over haar onzekerheid, over de dominantie van Reve in hun huwelijk en de daarmee samenhangende onmacht om te schrijven. De scheiding werd voltrokken en, zegt zij, een psychotherapie ‘… heeft gemaakt dat ik weer kon schrijven. Je krijgt er zelf inzicht door. Je komt er niet af, maar je kunt er mee leven.’

Om de laatste zin te kunnen plaatsen, is het nodig toe te voegen, dat Michaelis tijdens de oorlog van 1942 tot 1945 was ondergedoken. Zij overleefde de ramp. Haar ouders werden in 1943 opgepakt, naar het vernietigingskamp Sobibor gedeporteerd en daar vermoord. Zij hadden er van afgezien een schuilplaats te zoeken.

De Nijmeegse filosofe en literatuur-onderzoekster Ria van den Brandt heeft in haar bundel Vrouwen van woorden zes essays samengebracht over evenzovele vrouwen die hun Joodse afkomst gemeen hadden. Van den Brandt schrijft: ‘Hun wereld werd volledig of bijna volledig verwoest door de vernietigingsmachine van de nazi’s.’ Nelly Sachs, Gertrud Kolman, Gerty Spies, Etty Hillesum, Selma Meerbaum-Eisinger en Hanny Michaelis hebben ‘… in hun gedichten hun fictie, hun brieven en dagboekaantekeningen hun omgang met het oorlogstrauma in heel uiteenlopende toonsoorten ter sprake gebracht.’ Van den Brandt constateert bij de zes vrouwen ‘… aanhoudende rouw en gevoelens van woede, haat, schuld, depressie, verzet en desillusie…’ . In haar mooie essay over Michaelis geeft zij van enkele van deze thema’s een aantal sprekende voorbeelden, die zij vooral in de vroege gedichten traceert. Van den Brandt gebruikt de term ‘existentiële zwaarmoedigheid’ om een funderend element in het werk en de levensloop van de dichteres te identificeren.

Ik citeer één gedicht van Michaelis waarin het thema opgeslotenheid of het weggedrukt zijn in het eigen verleden aanwezig is:

Laat in de avond
slaat de regen tegen het raam.
Wind beukend op de deuren
vindt nergens onderdak.
Hier waar het stil is tussen
vier muren zit ik mijzelf in de weg
onder een dikke laag verleden
maar zonder de wijsheid die daar bij past.

Fatima Sed en Hanny Michaelis zaten beiden ‘gevangen’ in een door hen als rampzalig ervaren verleden, maar anders dan Michaelis kon Fatima met haar trauma niet meer leven. De zwaarmoedigheid, die vele gedaantes kan aannemen en in diverse gradaties voorkomt: triestheid, moedeloosheid, neerslachtigheid, melancholie, nam bij haar blijkbaar de vorm aan van steeds terugkerende depressies, ontaardend in een pathologie die haar geen andere uitweg liet dan de dood. Zij is zeker niet de enige overlevende van de kampen die tòch nog het slachtoffer van de nationaalsocialistische ‘rassenleer’ is geworden. In gedachten komen de namen van Paul Celan en Primo Levi.

Over Alberto Sed is een wikipagina in het Italiaans beschikbaar.

Gebruikte teksten:

– Guida, Elisa (2017). La strada di casa. Il ritono in Italia dei sopravissuti alla Shoah, Viella, Roma. [De weg naar huis. De terugkeer in Italië van de overlevenden van de Sjoa.]

– Bibeb (1966). De mens is een ramp voor de wereld, Van Gennep, Amsterdam. 207-218.

– Brandt, Ria van den (2014). Vrouwen van woorden. Een kleine canon tegen groot leed, Abdij van Berne, Heeswijk. 102-117. Op pagina 117 de verwijzing naar literatuur. Het essay was overigens al afgesloten voor de publicatie van de dagboeken van Michaelis.

In het Nederlands verschenen onder auspiciën van de Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (SOTO) vanaf 2001 vier kloeke delen over de problematiek van de terugkeer. De SOTO opdracht betrok alle terugkerenden in het onderzoek. Zie de website van het NIOD.

Geplaatst in Antisemitisme in Italië | Een reactie plaatsen

Een Literaire prijs voor schrijvende vrouwen, uitgereikt in het Vrouwenhuis in Rome

In de namiddag van zaterdag 1 december 2018 werden in een historisch gebouw in Rome de prijzen (geen geld) uitgereikt aan de winnaressen van de XIX editie van ‘Scrittura femminile’, letterlijk: het schrijven van vrouwen. De wedstrijd wordt jaarlijks georganiseerd door twee verenigingen: il Paese delle Donne (opgericht in 1985) en Donna e Poesia (opgericht in 1975).

Bij de prijsuitreiking was ik aanwezig, omdat Antonella Fimiani, één van de autrices van onze uitgeverij Apeiron Editori, voor haar boek Etty Hillesum: Donna della parola was uitgekozen in de sectie essayïstiek. Fimiani’s boek kreeg geen prijs, maar een ‘eervolle vermelding’: ze was de eerste op de lijst van vier, kreeg een mooi certificaat uitgereikt en gelegenheid voor een dankwoord en enige opmerkingen over haar boek.

Ik zou wat ze vertelde zo willen samenvatten: in dit boek onderzoekt zij het verband tussen het schrijven en het bestaan. Zij volgt de ontwikkelingen in Hillesums schrijven, eerst de dagboeken die in Amsterdam werden geschreven en vervolgens in de brieven uit Westerbork. Via een analyse van de artistieke relatie met de poëzie van Rainer Maria Rilke onderzoekt Fimiani Hillesums teksten in hun oorspronkelijke band met de literaire creatie én als geschreven uitdrukking van de getuigenis. Het denken van Hillesum wordt in verband gebracht met Hannah Arendt, met Primo Levi, Robert Antelme, Elie Wiesel e Jean Améry. Uit de dialoog met het werk van deze auteurs blijkt de diepgang van Hillesums werk, dat op de kernvragen van de naoorlogse literatuur vooruit loopt.

Het was overigens niet de eerste keer dat Etty Hillesum in het Romeinse vrouwenhuis werd verwelkomt. Op 10 november 2011 werd in dezelfde zaal het boek Amicizia, ammirazione, mistica, van Ria van den Brandt gepresenteerd.

Iets over het historische gebouw: Het internationale vrouwenhuis – La casa internazionale delle donne. Het complex met de aangrenzende kerk was een klooster: de Goede Herder genaamd. Het was een tehuis voor de heropvoeding van in kerkelijke ogen ‘zondige vrouwen’ en actief vanaf het einde van de 16e eeuw. Aan die bestemming kwam na de Tweede Wereldoorlog een eind en tussen 1950 en 1970 werd het gebouw gebruikt als gevangenis voor vrouwen die kleine misdaden hadden gepleegd. Na een decennium als centrum voor opvang van minderjarigen en hulpverlening aan ouderen te hebben gediend, werd het in de jaren tachtig het Romeinse Vrouwenhuis. In 1985 besloot het gemeentebestuur dat het complex voortaan aan de Romeinse feministische beweging onderdak zou geven.

Eén van de drijvende krachten achter deze literatuurprijs voor vrouwen is Maria Paola Fiorensoli. In haar boek ‘De stad van de eeuwige Godin’ (La città della Dea perenna, 1999) vertelt zij de lange voorgeschiedenis van het gebouw en zijn inwoners, dat vanaf de jaren tachtig in de 20e eeuw verandert in het bruisende centrum van de Romeinse feministische beweging.

Noot:
Er bestaat geen Nederlandse editie van Antonella Fimiani’s boek, noch van het genoemde boek van Ria van den Brandt.
Hier de link naar Fimiani’s Facebook pagina.

Geplaatst in Italiaanse schrijvers | Tags: | Een reactie plaatsen

De slapende oude vrouw. Een gedicht van Aldo Palazzeschi

De slapende oude vrouw

De oude vrouw is honderd.
Niemand zag haar daags op straat.
Men vindt haar vaak slapend
dicht bij de fontijn.
Niemand maakt haar wakker.
Het zachte geluid van ‘t water
wiegt haar in slaap,
en ze blijft slapen bij ‘t trage geluid
der dagen der dagen der dagen.

 

Een fontijn in een dorp ergens in Italië.

Het woord dat wellicht enige toelichting behoeft is ‘fontijn’, de vertaling van ‘fonti’, letterlijk bronnen. Op het Italiaanse platteland waren aan het begin van de twintigste eeuw de ontelbare fontijnen niet alleen belangrijk voor het beschikbaar maken van het water dat uit een bron kwam, maar het was ook een plaats waar men elkaar dagelijks kon ontmoetten. Het drinkwater moest immers elke dag gehaald worden, want stromend water in de dorpswoningen was toen nagenoeg afwezig. U vindt hier een pdf met de Italiaanse versie La vecchia del sonno.

 

Noot
Uit: I cavalli bianchi (De schimmels), Florence: Cesare Blanc, 1905.
Dit was de eerste dichtbundel van Palazzeschi. Hij gaf hem uit in eigen beheer en koos als naam voor de ‘uitgeverij’ die van zijn kat Cesare Blanc.

Geplaatst in Italiaanse schrijvers, Poëzie: Italië 20e eeuw | Tags: | Een reactie plaatsen

Antisemitisch t-shirt in Predappio 2018

De Romeinse hoogleraar Italiaanse literatuur Giuliano Manacorda (1919-2010) – en niet alleen hij – verdedigde de stelling dat er gedurende het regime van Mussolini geen fascistische cultuur heeft bestaan. Eén van de ‘monumenten’ van het intellect uit die tijd, de Enciclopedia Treccani, bestond immers al eerder en werd door Giovanni Gentili geïncorporeerd in zijn politiek. Na de oorlog behield de Treccani zijn vooraanstaande positie en gezag.

Aan deze overtuiging moest ik denken toen ik gisteren de afbeelding zag van een breed lachende dame gekleed in een zwart t-shirt met daarop in witte letters het woord ‘Auschwitzland’.  Het beeld zou het woord Auschwitz niet nodig hebben om herkend te worden. Het vest dat zij draagt is ook zwart, evenals de kleding van de andere personen op de foto. Op de band aan haar linkerarm staat – op de witte baan van de Italiaanse driekleur – gedrukt. Ordedienst (Servizio d’ordine). Al die zwarte kleding past bij de tijd, de plaats en de gelegenheid. Het was zondag 28 oktober in Predappio, de plaats waar Benito Mussolini zijn graftombe heeft gekregen. Men herdacht de 96-ste verjaardag van de Mars op Rome die het fascistische regime aan de macht bracht. De Mussolini-pelgrims ontbreken geen jaar, weer of geen weer, op het appèl in Predappio.

De organisatoren van de bijeenkomst, Forza Nuova, een politieke beweging zeer nabij de Lega Nord van Matteo Salvini, de huidige Minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier, hebben expliciet en publiekelijk afstand genomen van de dame.

Na de polemiek die het t-shirt onvermijdelijk veroorzaakte, rechtvaardigde de gelukkige draagster zich als volgt:

De beweging heeft hier niets mee uit te staan. Vanmorgen om vijf uur heb ik bij vergissing het verkeerde shirt aangetrokken omdat er in het andere een gat zat en tijdens het strijken was het me niet opgevallen. Zo’n punt is het niet. Italië heeft belangrijkere  problemen dan mijn t-shirt: bruggen die instorten, Italianen die  niet kunnen rondkomen met wat ze verdienen, mensen die van  hun werk niet meer thuiskomen omdat ze er de dood vinden, jonge meiden (het geval Pamela) die worden vermoord en aan stukken gehakt.

Aldus Selene Ticchi, neofasciste en activiste van Forza Nuova. U kunt hier een korte video zien waarin de dame antwoordt op de vraag waarom zij het t-shirt draagt met de woorden: een vorm van zwarte humor…

Inmiddels hebben zowel het bedrijf Walt Disney (vestiging Milaan) als het Auschwitz Museum in Polen juridische stappen aangekondigd. Ook de Italiaanse regering, bij monde van vicepremier Luigi Di Maio, overweegt acties.

Sinds 1994 zijn extreem rechtse politieke formaties jaar na jaar steeds meer in de openbare sfeer getreden. In de zomer van 2017 werd door Forza Nuova aangekondigd dat zij op  28 oktober de Mars op Rome zouden gaan lopen. Dat veroorzaakte toen zoveel weerstand, dat men het plan heeft laten varen. In oktober 2022 zal het honderd jaar geleden zijn dat de mars werd gehouden. Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat we dan aan een nieuwe ‘historische zwarthemden parade’ zullen moeten geloven.

Het is voor velen onbegrijpelijk dat in Italië, de bakermat van de Europese cultuur, zulke evenementen kunnen plaatsvinden. Maar na de oorlog heeft politiek extreem rechts altijd zijn vertegenwoordiging in het parlement gehad. De namen van de partijen en bewegingen zijn veranderd, maar het verschijnsel is niet verdwenen, integendeel. Met het groeiende ‘politieke populisme’ wordt de ruimte waarin neofascisten – niet alleen Italiaanse – zich kunnen manifesteren almaar groter.

Giuliano Manacorda zou in deze geschiedenis zijn mening bevestigd zien.

Noot.
Volgens het antisemitisme observatorium in Milaan groeit het antisemitisme in Italië.

Geplaatst in Antisemitisme in Italië | Een reactie plaatsen