Mondkapje met Mussolini

Een bedrijf in de buurt van Verona biedt sinds enkele dagen een mondkapje met daarop een afbeelding van Benito Mussolini te koop aan.

Aan de zijkant van het kapje staat dit citaat: ‘Marcheren, opbouwen en, als het nodig is, vechten en winnen!’ Het waren de afsluitende woorden van Mussolini’s toespraak voor het ‘Volk van Turijn’, dat op 23 oktober 1932 de Piazza del Castello tot de laatste plek had bezet. (Zie de video.) Het was Mussolini’s eerste afspraak van een tournee langs een aantal Italiaanse steden om het eerste decennium van de diktatuur te vieren en het tweede in te luiden.

De ‘camice nere’, de zwarthemden, die het plein bevolkten, hadden tien jaar eerder in de tweede helft van oktober 1922 een beslissende rol gespeeld bij de overname van de macht door Mussolini. Zij hadden in die dagen de Mars op Rome georganiseerd met het doel de politieke macht in handen te krijgen. De liberale regering ervoer de manifestatie van de fascistische militie als een enorme bedreiging en zwichtte onder de druk.

De keuze voor juist dit citaat op het mondkapje is dus alles behalve toeval. Het duurt nog maar een goede twee jaar voor er een eeuw is verstreken. De neofascistische organisaties zijn in Italië flink gegroeid en zullen honderd jaar Mars op Rome niet ongemerkt voorbij laten gaan.

Het mondkapje past in het aanbod neofascistische gadgets dat intussen een zorgelijke omvang heeft gekregen. Liefhebbers lijdend onder een patologische nostalgie kunnen terecht op deze tweetalige (!) website van een andere aanbieder. Het aanbod bestaat uit rond 1300 items waaronder natuurlijk het laatste nieuwtje, de mondkapjes anti covid-19, maar ook aanstekers, bekers, posters, schrijfgerei, t-shirts, vlaggen en vaandels. Behalve de afbeelding van diktator Mussolini op elke denkbare ondergrond, vindt de bezoeker een ruime keus uit vlaggen en vaandels met een hakenkruis. Boeken van en over nazifascistische kopstukken zijn afwezig, maar geen nood, want voor het gedrukte woord kunt u terecht bij neofascistische uitgevers en boekwinkels. T-shirts met de kop van Mussolini kunt u trouwens ook bij het zo geliefde bedrijf Amazon aanschaffen.

De Italiaanse grondwet verbiedt niet alleen de vorming van fascistische partijen maar ook de apologie van het fascisme. Met een zekere regelmaat treedt de rechterlijke macht op tegen uitwassen, maar het is blijkbaar ondoenlijk de groei van een ‘grijze zone’ aan banden te leggen.

Aantekeningen

Het citaat «Camminare, costruire e, se necessario, combattere e vincere!» in: Benito Mussolini, Opera Omnia, Vol. XXV. Florence: La Fenice, 1958, p. 144.

Vgl. ook het portaal Fascisme in Italië, s.v. Mars op Rome.

Geplaatst in Algemeen | Tags: | Een reactie plaatsen

Terug naar mijn stad. Een gedicht van Vincenzo Cardarelli

Terug naar mijn stad
[Na twee oorlogen]

1

O wrede herinnering, wat heb je gedaan
met mijn stad?
Een stad van spoken
waar niets is veranderd behalve de levenden
die van de doden de plaats bezetten.
Alles staat hier stil, als betoverd,
in mijn herinnering.
Ook de wind.

                    2

Hoe dikwijls, o mijn geboortestad,
kwam ik in je om dat te zoeken
wat mij ’t meest eigen is én wat ik verloren heb.
De oude wind, de oude stemmen,
en de geuren en de seizoenen
van een, ach, eens geleefde tijd.

Vincenzo Cardarelli werd vandaag, 1 mei 2020, precies 113 jaar geleden, geboren in Tarquinia, bekend om haar Etruskische dodenstad. Ter herinnering aan zijn geboortedag mijn vertaling van het  gedicht, dat hij als eerste van drie opnam in de afsluitende afdeling van zijn bundel Poesie, die in april 1942 uitkwam bij uitgeverij Mondadori.

Behalve dit ongebruikelijke geboortejaar was er nog een motief om aan Cardarelli aandacht te besteden. De afgelopen dagen las ik de roman Schimmenrijk van Rosita Steenbeek. Behalve Rome heeft het boek vooral Tarquinia als plaats van handeling. De laatste drie verzen van de eerste strofe gebruikt Rosita Steenbeek in een iets andere versie in haar vertelling als literair motief. Daarover gaat dit stukje. Het is dus geen bespreking van deze boeiende roman, waarin de dood het dominerende thema is. 

Foto Silvia Longo.

Foto Silvia Longo.

Het sleutelpersonage Antero Curunna toont Lisa van der Meer, de hoofdpersoon van Nederlandse afkomst die in Rome woont en werkt, de gedenksteen van de schrijver van het hierboven gepresenteerde gedicht (p. 62). Het (marmeren) voorwerp ligt in een perkje in het centrum van de stad en heeft de vorm van een boek. Op de  opengeslagen pagina’s zijn de drie versregels aangebracht: ‘Hier is alles stil, als betoverd, in mijn herinnering ook de wind.’ In mijn vertaling heb ik ‘hier’ (bijwoord van plaats) iets verschoven. In het origineel staat achter ‘herinnering’ een punt. Over het belangrijke woordje ‘hier’ zal ik het zo nog hebben.

In het voorlaatste hoofdstuk laat Steenbeek het motief ‘Cardarelli’ terugkomen. Lisa en haar vriendin Angela gaan’s nachts op weg naar de necropolis om de graftombe beter te bekijken. Angela graaft net als met haar bevriende stadsgenoot Antero illegaal naar Etruskische schatten. Zij moeten om er veilig te komen over de muur klimmen van het kerkhof, dat buiten de stad ligt en grenst aan het gebied van de necropolis. Tarquinia’s grootste poëet Cardarelli, althans volgens de grafrover Antero die zich hier bij hen voegt, is op dit stadskerkhof bijgezet in een sarcofaag. Terwijl zij er gedrieën voor staan, declameert Antero opnieuw de versregels: ‘Hier is alles stil, als betoverd, in mijn herinnering ook de wind.’ (p. 222, in de tekst cursief).

In deze context verwijst het woordje ‘hier’ naar het kerkhof waar zij zich bevinden en naar de necropolis waar zij enkele minuten daarna zullen zijn om de door hen eerder in het boek illegaal opengelegde Etruskische graftombe opnieuw te bekijken.

Als we nu even terugkeren naar het marmeren boek in het gras, dan kunnen we met enige reden vaststellen en  interpreteren dat ‘hier’ verwijst naar de stilte die is gevolgd op de dood van de dichter.

Kijken we vervolgens naar het gedicht, dat voor alle duidelijkheid niet in de roman voorkomt. In de titel en vers twee lezen we ‘mijn stad’, dus Tarquinia, de geboortestad van Cardarelli. Er is geen twijfel, dat hij met het bijwoord ‘hier’ naar haar verwijst.

De manier waarop het functioneert in de roman veroorzaakt een lichte verschuiving in de betekenis. Terwijl er in de context van het gedicht sprake is van een fatale stilstand, een dodelijke onbeweeglijkheid van de stad en haar bewoners, gaat het bij het boek in het perkje en op het kerkhof om de moderne en de antieke Etruskische dodenakkers. Gemeenschappelijk aan beide omgevingen is de dood, het thema dat in het boek van Rosita Steenbeek in de meeste situaties waarin de personages zich bevinden een prominente rol speelt, waarbij heden en verleden vaardig in elkaar gevlochten worden.

Daarentegen heeft het gedicht meer specifiek de stad en haar bewoners en het verleden van de dichter tot onderwerp. In de tweede strofe toont de dichter bevangen te zijn door een onbuigbare weemoed.

Niet lang na het overlijden van de dichter in 1959 ontdekten archeologen op de heuvel Monterozzi opnieuw een graftombe, die men als eerbetoon naar hem heeft vernoemd: ‘Tomba Cardarelli’.

Links een plattegrond met waarop de plaats van de Cardarelli tombe staat aangegeven.
Hier vindt u een Franse Wikipedia pagina over de graftombe.
En hier een link naar een 3D simulatie op Youtube die 4.53 minuten duurt.

Aantekeningen
Vincenzo Cardarelli, Poesie. Prefazione di Giansiro Ferrata. Verona: Mondadori, 1948, 5e druk. De eerste druk kwam uit in april 1942. Zie deze PDF met de laatste drie gedichten in het Italiaans.
Rosita Steenbeek, Schimmenrijk, Amsterdam: Prometeus, 2000, 5e druk.

Geplaatst in Poëzie: Italië 20e eeuw | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Ara, Mara, Amara. Een gedicht van Aldo Palazzeschi

Ara, Mara, Amara

Een klein grasveldje
ligt onderaan de helling
tussen hoge cipressen.
In hun schaduw dobbelen
drie oude vrouwtjes.
Elke dag op dezelfde plaats
en geen moment zien ze op.
Dobbelend in het gras,
geknield in de schaduw.

De titel van het gedicht is onvertaald gebleven: Ara, Mara, Amara. Kijk eens naar de grondstoffen, de letters. Het zijn er drie: de klinker ‘a’ komt zeven keer voor, van de twee medeklinkers de ‘r’ drie keer en de ‘m’ twee keer. Palazzeschi vormt de woorden door een ‘M’ toe te voegen aan de tweede, en ‘Am’ aan de derde naam. Hij gebruikt hoofdletters, want het zijn immers de eigennamen van de drie vrouwen. De klemtoon valt bij de eerste twee op de eerste lettergreep, bij ‘Amara’ op de tweede.

Bij het woord ‘Ara’ komt mij niet direct aan een vrouwennaam in gedachte, maar twee Romeinse monumenten: de Ara Pacis en de kerk Santa Maria in Aracoeli op

Ara Pacis, Rome

het Capitolijn. Palazzeschi werd in 1885 geboren in Florence en zou zich in 1941 definitief in Rome vestigen om er in 1974 te sterven. Hij heeft het Ara Pacis monument gekend zoals het tijdens Mussolini’s Italië was gerealiseerd .

In Palazzeschi’s Romeinse tijd waren de 14° eeuwse kerk en haar beroemde trappen onveranderd gebleven.

Het woord ‘Mara’ is in het hedendaagse Italië een gangbare vrouwelijke naam. Daarentegen is het woord ‘Amara’ (bitter) in gebruik als adjectief met een vrouwelijke uitgang, niet als eigennaam.

Het Latijnse ‘Ara’ betekent altaar of tempel, maar het is vermeldenswaard dat het woord in oudere dialecten ook voorkomt in de zin van een zonovergoten open ruimte waar het graan wordt gedorst. Op middeleeuwse handelsmarkten in de Franse regio Champagne en in Vlaanderen riepen de  kooplui het woord ‘ara’ om het einde van de onderhandelingen in te luiden en het begin van de betalingen.

Ik wil nog wijzen op de niet meer gangbare Latijnse uitdrukking ‘Amore, more, ore, re’, die men bijvoorbeeld kan vinden in het boek van Nicolaas Witsen, Noord en Oost Tartarye, Amsterdam 1705. Om vast te stellen of Palazzeschi mogelijk werd geïnspireerd door deze uitdrukking, zowel voor het hier vertaalde gedicht als voor het andere met vier mannennamen in de titel: Oro, Doro, Odoro, Dodoro, zou ik de kritische editie van de bundel uit 1905 waarin de gedichten verschenen, moeten raadplegen. De huidige omstandigheden laten dit echter niet toe.

Geen moment zien ze op

Ten slotte nog een opmerking over het dobbelen, dat nooit een goede reputatie heeft genoten. In het oudere Italiaans werden voor dit spel ook wel de klanknabootsende woorden cricca of trictrac gebruikt. Bij dit laatste spel, in het Nederlands bekend als triktrakken, werden ook dobbelstenen gebruikt. Ed. de Jongh citeert in zijn boek Tot lering en vermaak een embleemboek uit 1596 waarin men dit vers kan lezen: ‘Naar Gods wil valt de dobbelsteen van ons lot gelijk de dobbelstenen bij het spel geworpen worden’. Het embleem heeft als motto  ‘Ita est vita hominum’, zo is het leven van de mens.

Voor de Italiaanse tekst Ara Mara Amara

Aantekeningen

 

Uit de bundel: I cavalli bianchi [De schimmels], Florence, 1905. Een kritische editie werd uitgebracht door Adele Dei, A. Palazzeschi, Cavalli bianchi, Edizione critica a cura di Adele Dei, Parma, Edizioni Zara 1992.

Ed. de Jongh, Tot lering en vermaak. Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw, Rijksmuseum, Amsterdam 1976, p. 111. Zie dbnl.org

 

Geplaatst in Poëzie: Italië 20e eeuw | Tags: | Een reactie plaatsen

Muizenissen van gouverneur Luca Zaia

‘Iedereen heeft ze gezien, de Chinezen die levende muizen en dergelijke eten.’

Deze weinig diplomatieke uitspraak kon men op 29 februari 2020 horen op een Italiaanse locale TV-zender. De auteursrechten ervan zijn het onvervreemdbare eigendom van de gouverneur van de regio Veneto. Hij werd geïnterviewd over de gang van zaken rond het coronavirus in de 5 miljoen inwoners tellende regio, waarvan hij de politieke leiding heeft. Zijn naam is Luca Zaia. Hij behoort tot de vooraanstaande politici van de Lega. Zijn politieke baas is Matteo Salvini.

De dag erna gaf hij het volgende commentaar op de wassende stroom van verontwaardigde reacties: ‘Ik geef toe de zin niet zo gelukkig gekozen was … als iemand zich erdoor gekwetst voelt, dan mijn excuses daarvoor’. Hij voegde eraan toe: ‘Het was niet mijn bedoeling te generaliseren…’

Arthur van Schendel schreef ooit: ‘… je zit weer te piekeren, over muizenissen zonder grond.’ Van Schendel heeft voor en tijdens de tweede wereldoorlog in Italië gewoond. Wie weet wat hij over Zaia’s weerzinwekkende uitlating zou hebben gedacht. Hij heeft immers gezien waartoe op superioriteitsdenken gebaseerde uitspraken kunnen leiden: stimatisering, isolatie, uitsluiting en geweld.

Enige dagen eerder, op 24 februari, werd in Como een bejaarde Chinese heer op straat aangevallen door twee Italiaanse jongens van  15  of 16 jaar. Zij werden door een Italiaanse veertiger aangepakt en maakten zich vliegensvlug uit de voeten.

Noot.
Dit is het fragment van één minuut en tien seconden uit het genoemde interview: TV uitzending van Antenna3 (Italiaans). En dit is de zin in de contekst:

«L’igiene che ha il nostro popolo, i veneti e i cittadini italiani, e la nostra formazione culturale ci portano a farci la doccia, lavarci spesso le mani e stare attenti alla pulizia e all’alimentazione. E’ un fatto culturale. La Cina ha pagato a caro prezzo quest’aspetto. In fondo li abbiamo visti tutti mangiare topi vivi e altre robe del genere.»

Wikipedia heeft een pagina (Eng.) over hem (de Nederlandse is lang niet bijgewerkt).

Geplaatst in Italiaanse identiteit | Een reactie plaatsen

De put van de krokodil: een Napolitaanse legende naverteld door Benedetto Croce

Onder het Nieuwe Kasteel in Napels bevond zich een donkere, vochtige ruimte waarin streng gestrafte gevangenen werden opgesloten. Tot ieders verbazing bleek op een dag dat zij waren verdwenen. Waren ze gevlucht? Hoe was dat nu toch mogelijk? Toen men een nieuwe gevangene in het onderaardse gewelf ging opsluiten, werd ook het toezicht verbeterd. Kort daarop zag men een overwacht en vreselijk schouwspel. Door een aan het oog onttrokken opening onder het niveau van het zeewater zwom een monsterlijk grote krokodil de ruimte onder het kasteel binnen. Met zijn bek sleepte het beest de gevangene aan zijn benen naar buiten en verslond zijn slachtoffer in open zee. Men vermoedde dat de krokodil uit Egypte in het vaarwater van een vrachtschip was meegezwommen. Vanaf dat moment liet men in de put de ter dood veroordeelden neer en de krokodil, in dienst van de justitie, voerde de vonnissen uit. Dat ging voort tot men op een dag besloot om zich van de   gevaarlijke bezoeker te ontdoen. Op een scheepsanker bond men de heup van een paard en met dit malse aas werd de krokodil gevangen. Het karkas van het gedode monster werd opgevuld met stro en in één van de poorten van het Nieuwe Kasteel gehangen. Men kon het beest tot voor veertig jaar terug nog hoog in de tweede toegangspoort zien bengelen, aangewezen door angstige kindervingers.

Ook al spraken de mensen altijd over ‘de put van de krokodil’, niemand kon zeggen waar hij precies was. Misschien was het dezelfde kelder waarin Tommaso Campanella opgesloten had gezeten. Bij de laatste verbouwing van het kasteel werd de krokodil ergens opgeslagen of weggegooid. Het is zeker niet de krokodil die in de Egypte-afdeling van het Nationaal Museum te zien is, want dat exemplaar komt ergens anders vandaan. Gaetano Amalfi heeft laten zien dat het motief in deze legende kan worden aangetroffen in talloze andere verhalen en literaturen: een gevangene die, levend of in stukken gehakt, wordt gevoerd aan krokodillen, slangen of andere brute beesten. Hier is de legende aangepast en geplaatst in het Nieuwe Kasteel in Napels, dat in zijn geheime ruimten ook de baronnen liet verdwijnen, die het hadden aangedurfd tegen koning Ferrante in verzet te komen.

Toelichting

In de voorlaatste zin schrijft Benedetto Croce dat Gaetano Amalfi (1855-1928) zich had gebogen over het literaire motief, uitgewerkte in het verhaal, om de wijde verbreidheid ervan aan te tonen. Croce vermeldt niet dat hij Amalfi’s tekst uit 1895 bijna volledig heeft benut voor het schrijven van zijn tekst in de vorm van een verhaal. Croce publiceerde de legende van de  krokodil in 1919 in een bundel met de titel ‘Napolitaanse verhalen en legenden’ [Storie e leggende napoletane] bij een Napolitaanse uitgever. Croce’s naam was toen al nationaal gevestigd, terwijl de beroepsjurist en amateur letteraat Amalfi slechts op locale faam kon bogen.

Croce was niet vreemd aan het navertellen van volksverhalen of legenden. Zeer bekend is zijn ‘vertaling’ uit het zeventiende eeuwse Napolitaans van verhalen uit de Pentamerome van Giambattista Basile. Deze verzameling volksverhalen, die werden opgetekend door Basile uit de monden van zijn tijdgenoten,  zag postuum het licht in 1634-36 onder de titel ‘De fabel van de fabels’ [Lo cunto de li cunti]. Uit het artikel van Amalfi blijkt verder, dat hij verschillende van zijn stadsgenoten aan het woord had gelaten om zijn materiaal te verzamelen. Croce was daarentegen een studeerkamer geleerde en gebruikte gedrukte bronnen.

Noot.

Een nijlkrokodil kan wel vier tot vijf meter lang worden en jaarlijks vallen honderden mensen ten prooi aan zijn scherpe tanden. Dit aspect van de legende berust of feiten. De rest van het verhaal stamt uit de traditie van de Napolitaanse folklore.

 

Geplaatst in Italiaanse schrijvers | Tags: , | 1 reactie

Een Etty Hillesum expositie in Rimini

Een tentoonstelling over Etty Hillesum die in zeven dagen door meer dan 12 duizend bezoekers wordt bezocht.
Een catalogus waarvan ruim tweeduizend exemplaren worden verkocht.

Aangedikte aantallen? Geenszins. Ik heb de geduldig wachtenden zien staan, van ’s morgens tien tot ’s avonds rond elf uur, want ik was er drie volle dagen bij. Met de gelukkige organisatoren heb ik mij verbaasd over deze verheugend grote belangstelling.

Als we deze Riminese gebeurtenis in de juiste verhoudingen zien, wordt het succes ervan inzichtelijker. De tentoonstelling was er één van de twintig die men tijdens de Meeting van Comunione e Liberazione (CL) in het beursgebouw van Rimini kon bezoeken. Deze populaire katholieke culturele manifestatie vindt traditiegetrouw plaats in de tweede helft van augustus. Dit jaar vierde men de veertigste editie. Het aantal bezoekers liep op tot ruim 800 duizend, die hun weg vonden in de 16 paviljoens. Onder hen waren vrij veel ‘buitenlanders’, want de Beweging CL is aanwezig in 90 landen. Er bestaat ook een Nederlandse afdeling: Gemeenschap en Bevrijding. Van de tentoonstelling zal ik later in deze Kroniek verslag doen. Hier volgen enkele opmerkingen over de catalogus die deze geslaagde Hillesum happening begeleidde.

‘De hemel leeft in mij’: Etty Hillesum’ [Il cielo vive dentro di me: EH] is de titel van de tentoonstelling en de catalogus. Lezers van Hillesums dagboek herinneren zich wellicht  dat het een citaat is uit de aantekening van 15 september 1942: ‘Maar eigenlijk is het toch veel eerder zo: de hemel leeft in mij. Alles leeft in mij.’ (Etty Hillesum, Het Werk, p. 544.) Het motief dat de samenstellers van de tentoonstelling en de catalogus tot gids was, ligt in deze woorden vervat. Men wilde Hillesums religieuze ontwikkelingsgang volgen en documenteren. In het  Italiaanse katholicisme wordt dit gewoonlijk aangeduid met de term ‘il cammino’ ­– ‘de weg’ naar een religieuze bewustwording, naar het vinden van God. Volgens de titel gaat om het zich gewaarworden van de presentie van God in zichzelf. Hillesum wordt gepresenteerd als een bij uitstek herkenbaar voorbeeld voor hen die een soortgelijke ‘weg’ zouden kunnen of willen gaan. Ik zou, denkend aan herkenbaarheid, kunnen verwijzen naar het beroemde eerste vers van Dante’s Hel: ‘Nel mezzo del cammin di nostra vita’… Vandaaruit komt men als vanzelf bij Paulus’ Tweede Brief aan de Korintiërs (2:5) terecht.  Van het Italiaanse  ‘cammino’ is de werkwoordsvorm: ‘camminare’: gaan, lopen, en veronderstelt dus een actieve rol van het zoekende subject. De enthousiaste samenstellers van het Hillesum-project beoogden deze zoektocht te ongetwijfeld te stimuleren.

De zoektocht of het proces van bewustwording van Etty Hillesum wordt in de catalogus stapje voor stapje gedocumenteerd. Voor niet weinig Italiaanse Hillesumlezers is het thema van de bewustwording van de aanwezigheid van God in zichzelf één van de meest inspirerende motieven in het dagboek en de brieven. Sinds de publicatie in 1986 van de Italiaanse vertalingen van Het verstoorde leven (1e editie Amsterdam, 1982) en het volledige werk in 2012, wordt het door vooral religieuze auteurs in kortere of langere publicaties behandeld. Gewoonlijk komt dat neer op een hervertelling zonder nieuwe feiten waarbij de keuze van de citaten uit Hillesums werk zelden op duidelijke criteria is gebaseerd, maar veeleer de persoonlijke visie (of missie) van de auteur weerspiegelt. Bij  een dergelijke aanpak domineert de religieuze interpretatie, niet zelden uitlopend op een bijna bekering, en gaat ten koste van de historisch-culturele en geografische context. Dit was in Rimini niet aan de orde. De aanpak was open naar anderen.

De expositie bood de bezoekers een zeer nauwe samenhang tussen woord en beeld geboden, die in de catalogus getrouw is gereproduceerd en thuis kan worden nagegaan. Natuurlijk zijn ook hier keuzen gemaakt, zoals blijkt uit de titel, maar dit is gekoppeld aan het tweeledige perspectief waarin het project is geplaatst. Naar binnen toe verdiepend door ruime aandacht te schenken aan de historische en culturele achtergronden van de gebeurtenissen in Nederland èn van Etty Hillesum en haar familie, naar buiten toe verbredend door de plaats die de tentoonstelling heeft gekregen in de context van de Meeting die zich afspeelt in de wereld van vandaag en zich vanaf de eerste editie kenmerkt door een sterk internationaal karakter.

Hoe steekt het boek in elkaar? Het bestaat uit vier hoofdstukken voorafgegaan door een inleiding, een levensschets van Hillesum en afgesloten door een bibliografie. Indicatief zijn de (vertaalde) titels van de hoofdstukken:

  1. De bewustwording van zichzelf
  2. Zij besluit zich volledig in te zetten voor het leven
  3. De verhouding met God, met vrienden, met alles
  4. Etty in de levende herinnering van haar vrienden van nu

De hoofstukken 1 tot en met 3 documenteren Hillesums spirituele ontwikkelingsgang aan de hand van een grote hoeveelheid zorgvuldig uit het dagboek en de brieven gekozen citaten, die worden begeleid door korte commentaren waarin de samenstellers verwijzen naar informatie over de historisch-culturele achtergronden.

In de catalogus heeft de redactie tevens een aantal citaten van deze auteurs (in volgorde van verschijnen) opgenomen: Elsa Morante, Eugenio Borgna, Marina Corradi, Romano Guardini, Julián Carrón, Luigi Giussani, Klaas A.D. Smelik. Deze citaten bieden extra informatie over de behandelde thema’s, zoals het lange citaat van Smelik over kamp Westerbork. Het is afkomstig uit de door mij bezorgde Italiaanse editie van Smeliks boekje Odio e amicizia. De citaten van Morante, Guardini, Carrón en Giussani hebben behalve een zekere affiniteit weinig met Hillesum uit te staan. Don Giussani (1922-2005) was de oprichter van CL en Julián Carrón is op dit moment de geestelijke leider van de Beweging.

In hoofdstuk 4 zijn zes essays opgenomen. Ze werden geschreven door zeven auteurs met een sterke betrokkenheid bij CL: Claudia Munarin, de regiseur van de video van 12 minuten die onderdeel van de tentoonstelling was: José Claverìa, de rector van een lyceum, Ombretta Malatesta, magistraat, Benedetto Grava, een Rilkekenner, Gianni Mereghetti, docent  filosofie, Davide Perillo, journalist, Marina Corradi, journaliste. Zij zijn allen afkomstig uit Milaan.

De catalogus vermeldt geen verantwoordelijke eindredacteur, maar een zevenkoppige redactie: José Claverìa, Claudia Munarin. Marta D’Angelo, Ombretta Malatesta,  Paola Maria Sala, Benedetto Grava en Gianni Mereghetti.

Bibliografische informatie  (Zie pdf van de Italiaanse inhoudsopgave )
Il cielo vive dentro di me: Etty Hillesum, Società Editrice Fiorentina, Florence 2019.
Afmetingen 20×24,5 cm, 79 pp., 23 illustraties.
Klaas A.D. Smelik, Odio e amicizia in Etty Hillesum, Apeiron Editori, Sant’Oreste, 2015.

 

Geplaatst in Italiaanse Hillesum Kroniek | Een reactie plaatsen

Een zelfverklaarde antisemiet in Gorizia

‘Geloof: antisemiet.’ Deze informatie geeft de heer Stefano Altinier, lid van de gemeenteraad van Gorizia, over zichzelf op zijn Facebook profiel. Nee, wacht, ik moet schrijven: ‘gaf’, want het getuigenis werd een paar dagen geleden opgemerkt door leden van de oppositie en de heer Altinier heeft de twee woorden spoorslags verwijderd.

De met rood omcirkelde woorden Orientamento religioso = Religieuze voorkeur, waaronder hij heeft ingevuld: antisemitisme. Daarboven de naam van de rubriek Mijn interessen, waar hij heeft ingevuld ‘Donne’ = vrouwen.

Wie denkt dat antisemieten uit Gorizia bruten zijn vergist zich lelijk, want dìt kunnen wij over deze Lega politicus lezen:

I am a punctual and reliable person who works well under pressure. I am able to work hard both in a team environment and on my own initative (sic). I have a friendly disposition and have a good sense of humour. I also have experience to work in different places. I have good communication skills.

Men kan deze loffelijke karakteristiek aantreffen op de website van de gemeente Gorizia onder het hoofdje Curriculum vitae, ongetwijfeld door hemzelf geschreven.

Zoals gebruikelijk bij dit soort gevallen, werd de betrokkene door de locale pers om commentaar gevraagd. Het bleek allemaal op een misverstand te berusten. Een storm in een glas water. Een uit de hand gelopen grap volgens de politicus. Ik citeer: ‘… het is iets van 10 tot 15 jaar geleden … ik was een adolescent en het was een grap … natuurlijk niet geslaagd …’

Laten we aannemen dat het raadslid het veld in zijn FB profiel 12 jaar geleden invulde. We schrijven dan 2007 en hij was toen 23 jaar, want geboren in 1984. Bepaald geen puber zoals hij ons wil doet geloven. – Overigens werd Facebook pas vanaf 14 mei 2008 in het Italiaans beschikbaar. – Kwade tongen zouden kunnen beweren dat de met ‘good communication skills’ begiftigde locale politicus gedurende zijn hele volwassen leven al antisemiet is geweest en dat via Mark Zuckermanns uitvinding urbi et orbi heeft verkondigd.

Het nu vijfendertigjare raadslid, gekozen in de gezagsgetrouwe rijen van de partij van Matteo Salvini, ontkent dit. Hij gebruikt daarvoor een variant van het afgesleten argument ‘ik heb veel Joden onder mijn vrienden’. Ziehier wat hij zegt ter verontschuldiging:

‘Ik ben nooit antisemiet geweest. Stel je voor zeg. Ik heb zelfs deelgenomen aan het Joodse feest Chanoeka en ik ben heel erg geboeid door de geschiedenis en de tradities van dat volk.’

Hij zegt ‘dat’ en niet ‘het Joodse’ volk.

En hij besluit: ‘Ik bied mijn verontschuldigingen aan voor wat er is gebeurd.’ Hij zegt niet:  ‘het spijt me dat ik deze woorden heb neergeschreven’, of iets van die strekking.

De kwestie werd aanhangig gemaakt door twee sociaaldemocratische leden van het Italiaanse Parlement: het kamerlid Debora Serracchiani (1970) en de senator Tatjana Rojc (1961). Beide vrouwen verwijzen niet toevallig naar de wet Mancino uit 1993, die ‘Discriminatie, haat of geweld op grond van racistische, etnische, nationalistische of religieuze motieven’ sanctioneert. (Art. 1. “Discriminazione, odio o violenza per motivi razziali, etnici, nazionali o religiosi”.)

Het is evenmin toevallig dat het raadslid zijn Facebook profiel direct heeft bijgewerkt. Je weet het maar nooit met die linkse vrouwelijke parlementsleden.

Geplaatst in Antisemitisme in Italië | Een reactie plaatsen